Rechtszaak aanspannen
Het Belgische recht voorziet in verschillende manieren om een zaak voor een rechtbank te brengen. In rechtbanktermen spreekt men over 'het inleiden van een vordering bij de rechtbank'. De meest gebruikelijke manier is de dagvaarding. Als eisende partij doet u daarvoor een beroep op een deurwaarder. Deze maakt de dagvaarding over aan uw tegenpartij; het is een officiële oproep om voor de arbeidsrechtbank te verschijnen. In de dagvaarding staan behalve de namen van de partijen ook de dag en het uur waarop de zaak wordt behandeld en de plaats (het adres van het gerechtsgebouw en de kamer van de rechtbank). De dagvaarding vermeldt tot slot waarover de rechtszaak gaat en welke argumenten u inroept.
Partijen kunnen ook overeenkomen om een gezamenlijk verzoekschrift in te dienen en vrijwillig te verschijnen voor de rechter.
U kunt ook een vordering inleiden bij de arbeidsrechtbank via het meer formele verzoekschrift op tegenspraak.
In door de wet voorziene uitzonderlijke gevallen kunt u via uw advocaat een eenzijdig verzoekschrift indienen bij de rechtbank. De tegenpartij wordt dan niet op de hoogte gebracht van de zaak. Omdat de tegenpartij zich niet kan verdedigen, is deze procedure aan strikte voorwaarden gebonden. Op deze manier een rechtszaak beginnen kan enkel in hoogdringende gevallen, wanneer er geen specifieke tegenpartij gekend is of wanneer het noodzakelijk is dat de tegenpartij niet op de hoogte is van de procedure.