College van procureurs-generaal

De procureurs-generaal bij de hoven van beroep vormen samen het College van procureurs-generaal. Dit college heeft als taak een coherent strafrechtelijk beleid uit te werken en waakt over de goede werking van het Openbaar Ministerie. Het kan daartoe beslissingen nemen die bindend zijn voor de procureurs-generaal bij de hoven van beroep, de federale procureur, en alle leden van het Openbaar Ministerie die onder het toezicht en de leiding van de voorgenoemden staan.

Het College van procureurs-generaal heeft ook als taak de minister van Justitie te adviseren over zaken die verband houden met het Openbaar Ministerie.

De minister van Justitie legt de richtlijnen van het strafrechtelijk beleid vast, inclusief die van het opsporings- en vervolgingsbeleid, nadat hij het advies van het College van procureurs-generaal heeft ingewonnen.

Voor de uitvoering van zijn opdrachten vergadert het College van procureurs-generaal minstens eenmaal per maand. Er vinden ook geregeld overlegvergaderingen met de politie, de Raad van procureurs des Konings en de Raad van arbeidsauditeurs plaats. Elke procureur-generaal is om de beurt voorzitter van het college.

Elke procureur-generaal is de referentiepersoon voor een bepaald aantal aan hem toevertrouwde materies. Dat betekent dat de procureur-generaal het strafrechtelijk beleid in die materies coördineert. Zo kreeg de procureur-generaal van Brussel onder meer de financiële, fiscale en economische criminaliteit toegewezen, die van Gent onder andere hormonencriminaliteit en terrorisme, die van Luik onder andere mensenhandel en drugs, die van Bergen onder andere verkeersveiligheid en die van Antwerpen onder andere het algemeen strafrechtelijk beleid. Het Koninklijk Besluit van 6 mei 1997 somt de specifieke taken van de leden van het College van procureurs-generaal op.

Niet gevonden wat u zocht?