U bent hier

Soorten financiële hulp

  • De Commissie kent pas hulp toe als de schade meer dan 500 euro bedraagt.
  • Er zijn drie soorten hulp: hoofdhulp, noodhulp en aanvullende hulp.
  • Het gaat zowel over fysieke als over psychologische schade.

Hoofdhulp

Hoofdhulp is de financiële tegemoetkoming die de commissie voor alle geleden schade kan toekennen. Sinds de wijziging van de wet in mei 2016, is die hulp verhoogd van 62 000 tot maximaal 125 000 euro. De hulp kan worden toegekend aan een slachtoffer of aan zijn verwant.

Noodhulp

Om noodhulp toe te kennen moet de commissie het gerechtelijk onderzoek en de gerechtelijke procedure niet afwachten. Er is dus geen beslissing nodig. Het volstaat dat de verzoeker klacht heeft neergelegd of zich burgerlijke partij heeft gesteld.

De Commissie Financiële Hulp zal het parket de nodige inlichtingen vragen. Ze houdt rekening met het feit dat strafrechtelijke vervolging niet altijd mogelijk is, bijvoorbeeld omdat de agressor minderjarig is.

Vertraging bij de toekenning van de hulp kan voor de verzoeker heel nadelig zijn. Deze procedure van noodhulp probeert daaraan te verhelpen.

Bijvoorbeeld: als de verzoeker een bescheiden inkomen heeft en door de gewelddaad hoge medische kosten heeft.

Als het slachtoffer de oplopende medische kosten aantoont, is er altijd sprake van hoogdringendheid.

Noodhulp wordt toegekend voor schade die meer dan 500 euro bedraagt. De bovengrenzen zijn verhoogd van 15 000 euro tot 30 000 euro.

Aanvullende hulp

Het slachtoffer kan aanvullende hulp vragen wanneer de schade is toegenomen binnen de tien jaar na de toekenning van de hoofdhulp. De toename van de schade moet met medische stukken of expertises worden bewezen. Het loutere feit dat er nieuwe kosten zijn voor geneeskundige verzorging, is geen bewijs dat de schade is verergerd.

Bedragen

Soorten financiële hulp Maximum bedrag
Noodhulp 30 000 euro
Hoofdhulp 125 000 euro

Opmerking bij minderjarige slachtoffers

De commissie legt de voorwaarden voor de toekenning van de hulp vast. Als het slachtoffer of zijn verwant minderjarig is, kan de commissie eisen om (een deel van) de toegekende hulp vast te zetten op een spaarboekje. Het spaarboekje dat op naam van het kind is geopend, zal beschikbaar zijn zodra het kind meerderjarig is.