Toekomstprojecten

Hoewel het actief van de balans van de verwezenlijkingen van de Commissie indrukwekkend is, toch werden alle taken die haar waren opgedragen nog niet uitgevoerd. Wat hoopt zij te doen om deze leemten te vullen, welke oriëntaties dienen voorrang te krijgen en welke methoden moeten gevolgd worden?


 

Verordeningen

De verzameling verordeningen werd beschouwd als prioritair in 1846. Zij vertoont nochtans veel belangrijker leemten dan de costuimen : alleen de 3e reeks (1700-1794) is volledig.

De uitgave van de eerste reeks (1381-1506) biedt de grootste moeilijkheden en haar op stapel zetten geschiedde het laatst. Deze omstandigheid is gunstig omdat ze toeliet dat de twee boekdelen, verschenen in 1965 en 1974 (over de jaren 1381 à 1405), konden genieten van de vooruitgang van de historische methode sedert 1846. Bijna een kwarteeuw is verlopen eer, in 2001, het volgende boekdeel met betrekking tot de regering van Jan zonder Vrees (1405-1419) verscheen, voorbereid door J.-M. Cauchies. Er blijft een eeuw te vullen, die begint met een der moeilijkste gevallen : de regering van Filips de Goede. Eén der problemen is dat deze regering niet op dezelfde datum begint in al zijn vorstendommen. Men zal vorstendom per vorstendom dienen te behandelen en teamwork zal zich opdringen.

Het meest zorgwekkend geval is dat van de tweede reeks (1507-1700) die ver van af is : voor de regering van Filips II blijven de jaren 1562 tot 1598 te doen ; alleen het boekdeel dat de jaren 1567-1570 zal omvatten is thans op goede weg (G. Janssens). Een ernstiger leemte : die van de regeringen van Filips IV en Karel II (1621-1700) waarvoor men nog maar voorlopige chronologische lijsten bezit die dagtekenen van 1910 ! Deze toestand weerspiegelt de evolutie van de werkmethode in de loop van het 150-jarig bestaan van de Commissie. Aanvankelijk werd het werk onder de leden verdeeld, die er niet allen op voorbereid waren (ik denk vooral aan de magistraten). Maar de voorkeur aan te vangen met de verordeningen van de 18e eeuw zorgde ervoor dat zij niet werden geconfronteerd met paleografische of publicatie-moeilijkheden : die verordeningen waren gedrukt als plakkaten. Mettertijd en naarmate de eisen van de kritiek groeiden hadden de leden hoe langer hoe meer de neiging om de uitgave van verordeningen op zich te nemen uit de perioden die het best beantwoordden aan hun belangstelling en kennis. Voor de costuimen ging het vooral om die betreffende het gewest waarmede ze het meest vertrouwd waren. Sedert een halve eeuw werd de uitgavepolitiek van de Commissie daarbij dikwijls bepaald door het toeval : het feit dat een historicus bereid was een verzameling bronnen te publiceren, die verbonden waren met zijn opzoekingen en die van aard waren om opgenomen te worden in onze verzamelingen. Zonder die politiek op te geven, die toeliet kwaliteitswerk te valoriseren, zou de Commissie bij voorrang de leemten van de 2e reeks verordeningen dienen te vullen. In dit opzicht mag binnenkort waarschijnlijk een gecommentarieerde uitgave van het belangrijke Eeuwig Edikt van de Aartshertogen Albrecht en Isabella (1611) tegemoet gezien worden.

Costuimen

De verzameling costuimen is bijna volledig, ten minste voor diegene die nog van kracht waren op het eind van het Ancien Régime. J. Monballyu bereidt de uitgave voor van een project van de costuimen van Bornem (1643), van de costuimen van het land van Waas en van de kasselrij Kortrijk. Men zou daarenboven die moeten uitgeven van de Vier Ambachten, Ronse en Ninove. G. Van Dievoet heeft de uitgave op zich genomen van de costuimen van het baljuwschap van Doornik en het Doornikse. Er blijft af te werken de verzameling van de Sources du droit rural de l'Entre-Sambre-et-Meuse door een derde deel met teksten en ook de algemene tafels. Het overlijden van L. Genicot heeft de voorbereiding ervan vertraagd.

Verdragen

Reeds in haar eerste vergadering op 14 juli 1846 besliste de Commissie dat ze niet mocht nalaten de verdragen uit te geven 'gesloten door de vorsten of met hun onderdanen of met andere vreemde prinsen', 'want de verdragen bonden niet alleen de regeringen die ze hadden gesloten, zij verplichtten ook het land'. De Commissie besliste in 1880 over te gaan tot de publicatie van die reeks. Verscheidene leden werden achtereenvolgens gelast verslag uit te brengen, maar niets werd tot op heden verwezenlijkt en het is thans niet de bedoeling van de Commissie het project te hervatten. Men kan ten andere opmerken dat de meeste van de belangrijke verdragen gepubliceerd werden in een of andere verzameling.

Oude rechtspraak

In 1846 was zowel het Belgische recht als het Franse nog beheerst door de school van de Exegese : alleen de wetten telden, zelfs de meest standvastige rechtspraak kon niet beschouwd worden als een rechtsbestanddeel. Toen de Commissie de eerste inventaris van haar taken maakte, was er geen sprake van rechtspraak. Men heeft verscheidene decennia moeten wachten vooraleer de rol van de rechtspraak als bron van het recht opnieuw volledig erkend werd. Tijdens de zestiger jaren der 20ste eeuw bevestigt zich de belangstelling van de rechtshistorici voor dat type van bron. De Commissie opent een nieuwe reeks (de Verzameling van de oude rechtspraak van België) met twee boekdelen over de Arrêts et jugés du Parlement de Paris sur appels flamands conservés dans les registres du Parlement, door R. Van Caenegem. Het derde boekdeel is in 2002 verschenen, met de medewerking van S. Dauchy ; het zal aanvullingen bevatten, een historische inleiding en de tafels op de drie boekdelen. De Commissie heeft daarenboven in 1998 de Regestes des appels flamands au Parlement de Paris uitgegeven, opgemaakt door S. Dauchy ; het gaat om alle weer samengestelde dossiers van processen waarvan een spoor bewaard is in de registers van het Parlement tussen 1320 en 1521, zelfs indien het vonnis ontbreekt.

Andere publicaties, die ook in die reeks thuishoren, betreffen de kerkelijke rechtbanken : HetLibersentenciarum van de officialiteit van Brussel (1448-1459) en de Registres de sentences de l'officialité de Cambrai (1438-1453) zijn uitgegeven door C. Vleeschouwers en M. Van Melkebeek. De uitgave van de statuten van de officialiteit van Doornik wordt thans voorbereid door D. Lambrecht die in 1988 de Acta processus circa synodum uitgaf.

Wat de rechtspraak van de Raad van Brabant (15de eeuw) en ven de Geheime Raad (16de en 17de eeuw) betreft, is men nog in het stadium van het verzamelen van de bronnen.

De verzameling van de 'chronologische Lijsten van de Processen en Sententiën van de oude Raden van Justitie van België' werd geopend met de lijsten betreffende het Parlement, later Grote Raad van Mechelen, gepubliceerd van 1965 tot 1988 door een Nederlands-Belgische ploeg geleid door J. Th. de Smidt. De Commissie heeft beslist die onderneming voort te zetten voor de territoria geheel of gedeeltelijk in het huidige België gelegen. In de Handelingen zijn de eerste lijsten verschenen met betrekking tot Vlaanderen (J. Monballyu), Namen (C. Douxchamps-Lefèvre) en Luxemburg (R. Petit en Ph. Godding).