U bent hier

Kandidaten gevraagd voor de uitbating van transitiehuizen

30/07/2018 - 09:53

Pilootproject Vlaanderen en pilootproject Wallonië

De ministerraad keurde op 18 november 2016 het Masterplan Gevangenissen en internering goed. Met dit plan wil de regering de overbevolking in de gevangenissen terugdringen en de infrastructuur vernieuwen. Ze wil ook de infrastructuur beter aanpassen aan de re-integratie van gedetineerden en alternatieven voor de klassieke strafuitvoering bieden.

Het gedifferentieerd detentiebeleid voorziet ook ruimte voor transitiehuizen. Dat zijn kleinschalige projecten (van ongeveer vijftien plaatsen) waarbij bepaalde gedetineerden (geselecteerd op basis van een aantal criteria) tegen het einde van hun straf de kans krijgen om het laatste deel van de straf door te brengen in een transitiehuis. Daarbij moeten ze intens worden bijgestaan en begeleid om erna terug en beter te kunnen functioneren in de maatschappij.

Het Masterplan verduidelijkte dit als volgt:

“Niet elke gedetineerde heeft een profiel dat een opsluiting in een hoog beveiligde inrichting noodzakelijk maakt. Daarnaast is een veel gehoorde klacht dat de overgang van de gevangenis naar de buitenwereld te abrupt verloopt, gedetineerden zijn onvoldoende voorbereid op diverse domeinen met alle mogelijke gevolgen, niet in het minst wat betreft het risico op recidive. Daarom wordt voorgesteld om een project op te starten rond transitiehuizen. Een concept dat o.i. beter kan bijdragen om de re-integratie te bevorderen en recidive te verminderen.

Een transitiehuis is een kleinschalig project waarbij een gedetineerde, die hiervoor geselecteerd wordt op basis van een aantal criteria, prioritair maar niet uitsluitend wat diens veiligheidsprofiel betreft, tegen het einde van zijn te ondergane strafduur de kans krijgt om deze door te brengen in een aangepaste infrastructuur waar gewerkt wordt rond een aantal principes zoals zelfstandig wonen, werk zoeken, relaties aangaan en opnieuw functioneren buiten beveiligde muren. Anders gezegd: vanuit een filosofie van een inclusief beleid wat de toegankelijkheid van de reguliere maatschappelijke diensten betreft. Hiervoor is enerzijds een integraal begeleidingstraject nodig en anderzijds ook een grotere vrijheid van komen en gaan. Het is de bedoeling de gedetineerde te begeleiden en te ondersteunen om terug een eigen plek te vinden binnen de samenleving. Dit project kan ook een goed alternatief zijn voor het huidige systeem van de beperkte detentie. De gedetineerde wordt voorbereid om, na afloop van zijn straf, zelfstandig te wonen, werken en functioneren binnen de maatschappij. Hiervoor zullen ook de nodige samenwerkingsvormen moeten aangegaan worden in het kader van de regionale bevoegdheden inzake hulp- en dienstverlening aan de gedetineerden, waarbij in het bijzonder het accent ligt op de gebieden vormingscentra, CAW, VDAB, justitieel welzijnswerk, etc.

Hierdoor zal sowieso bespaard worden op veiligheidsinstallaties en personeel, ook al zal specifiek personeel voorzien moeten worden.

Er zal gestart worden in het eerste jaar met één project per regio dat als piloot kan dienen. Indien dit positief wordt geëvalueerd, zal na een jaar een uitbreiding naar ongeveer 100 plaatsen gerealiseerd worden.(…). ”

De wettelijke basis werd gecreëerd via de wet van 11 juli 2018 houdende diverse bepalingen in strafzaken (publicatie Belgisch Staatsblad 18 juli 2018).

Voor de realisatie wordt nu een oproep tot kandidaatstelling gelanceerd. Er zal gewerkt worden met een subsidiesysteem waarbij de gekozen organisatie een vaste dagprijs per plaats ontvangt.

Voorwaarden indiening kandidaturen

Bij de kandidatuurstelling moeten de inschrijvers een uitgebreide motivatiebrief overmaken met daarin de reden waarom men wil inschrijven voor één of beide pilootprojecten.

Hierbij wordt ook duidelijk vermeld of men wenst in te schrijven voor het pilootproject op het Vlaamse grondgebied, het pilootproject op het Waalse grondgebied, of beiden.

De brief moet volgende bijlagen bevatten (nummering te hernemen): 

  1. Een document waarin duidelijk wordt vermeld welke organisatie, of welk consortium van organisaties, zich wil inschrijven met een beschrijving van elke organisatie en haar statuut.
  2. Een document van maximaal 10 pagina’s waarin de visie wordt voorgesteld volgens dewelke de inschrijver het transitiehuis zou uitbaten, en dat minimaal bevat:
    1. De manier waarop het transitiehuis zal worden uitgebaat.
    2. De visie op daginvulling en op de beperking/invulling van vrijheid van komen en gaan.
    3. De manier waarop de samenwerking zal verlopen met het directoraat-generaal van de penitentiaire inrichtingen (afbakening autonomie).
    4. De manier waarop de samenwerking zal verlopen met de gemeenschappen.
    5. De manier waarop de samenwerking zal verlopen met andere relevante partners (lokale besturen, lokale politie, VDAB, CAW, …).
    6. De omschrijving van hoe het een leefklimaat kan garanderen dat een leven in gemeenschap bevordert.
  3. Een ontwerp van huishoudelijk reglement.
  4. Een document waarin de samenstelling en de profielen van alle personeelsleden wordt beschreven. Hier moet rekening gehouden worden met het vervullen van volgende functies:
    1. De leiding van het transitiehuis.
    2. Het administratief en financieel beheer.
    3. De ‘hotelfunctie’.
    4. Het onderhoud.
    5. De begeleiding van de gedetineerden.
  5. Een voorstelling van de site, gebouw (met het exacte aantal plaatsen) en omgeving waar de inschrijver het transitiehuis wil oprichten. Hierbij dient ook weergegeven te worden wat volgens de inschrijver de karakteristieken en normen zijn waaraan het gebouw en de lokalen zullen beantwoorden.
  6. Een beknopt businessplan met een voorstel en berekeningswijze, gebaseerd op een dagprijs per plaats.
  7. Een beknopte beschrijving van maximaal 2 pagina’s van hoe men een draagvlak wil creëren bij de lokale bevolking.
  8. De opmaak van een indicatieve planning (inclusief de snelheid van uitvoering).

De aangeleverde informatie voor deze 8 punten zal integraal in overweging worden genomen bij een eventuele voorselectie.

De inschrijvers zullen deze informatie verder uitwerken en verfijnen doorheen de verdere onderhandeling om finaal te komen tot een project waar de opdrachtgever en de opdrachtnemer zich kunnen in vinden. Hierbij zal ook een duidelijk plan worden opgesteld over de manier van rapportage van het project.

Ook bij de uiteindelijke selectie zal voor de evaluatie rekening worden gehouden met de finale input voor alle hierboven opgesomde punten.

Procedure

  • Geïnteresseerde kandidaten worden verzocht een dossier in te dienen tegen vrijdag 21 september 2018, uiterlijk om 15 u.
  • Vervolgens zal een intern expertencomité een analyse en mogelijke voorselectie maken van de inschrijvers.
  • Alle kandidaten zullen uiterlijk op 5 oktober 2018 per mail een bericht ontvangen of men al dan niet uitgenodigd wordt voor de verdere onderhandelingen.
  • De gekozen kandidaten worden uitgenodigd op bilaterale gesprekken waarbij alle ingediende documenten verder worden besproken. Het aantal onderhandelingen wordt niet op voorhand vastgelegd en zal afhangen van het verloop en de ontvangen input.
  • De geselecteerden krijgen vervolgens finaal de kans om definitieve documenten (offerte) over te maken aan de opdrachtgever.
  • Uiteindelijk zal een gemotiveerde beslissing worden opgemaakt waarin de keuze wordt bekendgemaakt van de inschrijver(s) die het transitiehuis(zen) kan uitbaten.
  • Na een periode van één jaar (vanaf het moment van de eigenlijke uitbating en dus vanaf de eerste gedetineerden aanwezig zijn) zal een evaluatie plaatsvinden van beide pilootprojecten.

Indiening kandidaturen en verkrijgen bijkomende informatie

De kandidaturen (inclusief alle bijlagen) moeten per mail worden overgemaakt ter attentie van de directeur-generaal van de penitentiaire inrichtingen via het volgend adres:

► Els De Cat – els.decat@just.fgov.be  

Enkel bij ontvangst van een antwoordmail met ontvangstbevestiging kan de inschrijving als definitief worden beschouwd.