Het aantal parochieassistenten wordt uitgebreid. Dat heeft het kernkabinet vanochtend beslist tijdens de bespreking van de zgn. “niet-dringende diverse bepalingen”. Parochieassistenten zijn lekenhelpers die taken van priesters overnemen. De overheid trekt geld uit voor 40 extra parochieassistenten, wat het nationale totaal op 341 brengt. Doordat het aantal priesters nog voort daalt, heeft het werk van parochieassistenten fors aan belang gewonnen. Hoewel zij door de overheid (lees: het Ministerie van Justitie) worden betaald, bestaat er voor deze groep bedienaars geen volwaardig statuut.

De uitbreiding van het kader parochieassistenten was een belangrijke verwachting van CD&V. Minister van Justitie Jo Vandeurzen, die instaat voor de verloning van bedienaars van de eredienst en niet-confessionele levensbeschouwing, is dan ook opgetogen over de beslissing.

Het eerder ingeschreven uitdovende karakter van de samenwerking, waarbij door overlijden of pensionering weggevallen lekenhelpers niet worden vervangen, eindigt tegen de opmaak van de begroting 2009. Daarnaast besliste het kernkabinet dat er voor alle door de overheid erkende levensbeschouwingen een duidelijk statuut komt, dat zal zorgen voor gelijkwaardige verloning en pensioenen.

In afwachting van het nieuwe statuut wordt juridisch vastgelegd dat assistenten die op twee of meer plaatsen werken (sommigen bedienen tot 4 parochies) een verloning kunnen krijgen van 150% van hun basiswedde. De lagere clerus, zoals de priesters en de parochieassisstenten, heeft een jaarlijks bruto basisinkomen van 13.409,11 Euro (index 100%).

Achtergrondinformatie

De katholieke eredienst beschikt over een theoretisch kader (pastoors, onderpastoors, …) van in totaal 6.399. Sinds 1 maart 2008 maken 2.832 personen deel uit van dat kader. Samen nemen ze 3.381 plaatsen in. Er zijn in totaal 1299 bedienaars die op 2 of meerdere plaatsen actief zijn.

Er is al langere tijd een duidelijke terugval van het aantal bedienaars van de katholieke eredienst.

Het theoretisch kader is vrijwel niet geëvolueerd sinds 2000. Het aantal effectieven loopt evenwel terug.

JaarAantal voltijdse equivalentenAantal fysieke personen
20004 0573 562
20053 6103 059
2008 (1 maart)3 3812 832

Hieruit blijkt dat het aantal fysieke personen in 8 jaar afgenomen is met 730, ondanks de benoeming van om en bij de 271 parochieassistenten. We stellen eenzelfde vermindering vast voor de voltijdse equivalenten: tussen 2000 en vandaag een vermindering met 676 mensen.

De maximale norm, voorzien in het voorstel tot programmawet (701 parochieassistenten met voltijdse of deeltijdse betrekking) compenseert dus niet eens de helft van de afname waaronder de katholieke eredienst lijdt sedert de situatie in 2000.

De voorstellen die in de wet diverse bepalingen zijn uitgewerkt m.b.t. de wijziging van een aantal bepalingen van de wet van 2 augustus 1974 dringen zich op omwille van de gewijzigde maatschappelijke omstandigheden, meer bepaald de hedendaagse visie van de katholieke kerk op de bediening van de erediensten.

Dat art. 181 van de Grondwet de wedden en de pensioenen van de bedienaren der erkende erediensten en van de afgevaardigden van de niet-confessionele levensbeschouwing ten laste legt van de Staat, heeft als rechtsgrond dat de erediensten en de niet-confessionele levensbeschouwing door hun erkenning beantwoorden aan een maatschappelijke behoefte waaraan de Staat zijn bescherming moet verlenen.

De maatschappelijke waarde van de eredienst voor de bevolking in een pluralistische samenleving is veelzijdig: enerzijds door in de nabijheid van de gelovigen van de katholieke eredienst de liturgie en het toedienen van de sacramenten te verzekeren, anderzijds door geestelijke bijstand, zoals dit evenzeer het geval is voor de niet-confessionele levensbeschouwingen