U bent hier

Juridische tweedelijnsbijstand: nieuwe regels

31/08/2016 - 17:25

Vanaf 1 september 2016 veranderen bepaalde aspecten van de juridische tweedelijnsbijstand.  Zowel voor de aanbieders als de gebruikers, zijn er enkele nieuwigheden.

Wat is juridische tweedelijnsbijstand?

De wet onderscheidt twee vormen van juridische bijstand:

  • enerzijds het ‘gratis advies’ of de eerstelijnsbijstand en
  • anderzijds de toewijzing van een advocaat of de tweedelijnsbijstand.

In dat tweede geval sprak men vroeger ook wel eens over ‘pro deo’-advocaten.

De juridische eerstelijnsbijstand bestaat uit een korte consultatie waarin u:

  • praktische inlichtingen,
  • juridische informatie of
  • een eerste juridisch advies krijgt.

 Als dat nodig is, kan men u ook doorverwijzen naar een gespecialiseerde dienst.

De juridische tweedelijnsbijstand biedt u de mogelijkheid om, onder bepaalde voorwaarden, volledig of gedeeltelijk kosteloos bijstand te krijgen van een advocaat.

De aangewezen advocaat :

  • onderzoekt uw dossier grondig,
  • begeleidt en
  • vertegenwoordigt u voor de hoven en rechtbanken.
  • De advocaat kan u eveneens begeleiden in een procedure voor bemiddeling.

De juridische tweedelijnsbijstand is gratis of gedeeltelijk gratis als u aan bepaalde voorwaarden voldoet.

Wat verandert er vanaf 1 september 2016?

Vanaf 1 september 2016 verandert de juridische tweedelijnsbijstand om het aanbod te waarborgen voor wie er recht op heeft en tegelijk de vergoedingen voor advocaten te verzekeren.

Concreet zijn er aanpassingen voor zowel de aanbieders (advocaten) als de gebruikers (de rechtzoekenden).

  • Nieuw voor advocaten
  • Om het aanbod te verzekeren, zal de Orde van advocaten nauwgezetter waken over een lijst van advocaten en advocaten-stagiairs die beschikbaar zijn voor de juridische bijstand. Zij kunnen advocaten daar ook toe verplichten.
  • Om de kwaliteit van het aanbod te verzekeren, komt er meer controle op de geleverde prestaties van de advocaat. Als die dienstverlening niet voldeed, zijn er meer gevolgen mogelijk: de advocaat riskeert een schorsing, kan geschrapt worden van de lijst of zal bijvoorbeeld aan meer voorwaarden moeten voldoen om opnieuw juridische bijstand te mogen verlenen.
  • Om de correcte vergoeding te verzekeren, kan een advocaat in beperkte mate een vergoeding aanrekenen aan zijn cliënt, wanneer deze cliënt dankzij zijn optreden een bepaalde geldsom heeft bekomen. Deze vergoeding wordt dan gedragen door de cliënt en niet door de Staat.
  • Nieuw voor rechtzoekenden
  • Om correcte vergoedingen te verzekeren, moet de rechtzoekende een bescheiden bijdrage leveren om een beroep te doen op de juridische tweedelijnsbijstand. Dit zowel voor de aanstelling van de advocaat (20 euro) als per procedure (30 euro). Alternatieve oplossingen (zoals bemiddeling) krijgen extra aandacht om nutteloze procedurekosten te vermijden.
  • Om de toegang tot justitie te verzekeren, moet niet iedereen de bescheiden bijdrage betalen. Sommige personen zijn automatisch geheel of gedeeltelijk vrijgesteld:
    • minderjarigen
    • geesteszieken
    • verdedigende partij in strafzaken met recht op gratis juridische bijstand
    • personen die zicht willen laten erkennen als staatsloze
    • personen die een asielvraag indienen
    • personen die een collectieve schuldenregeling laten instellen
    • personen zonder bestaansmiddelen
  • Om te verzekeren dat juridische tweedelijnsbijstand beschikbaar is voor wie het echt nodig heeft, komt er meer controle op de bestaansmiddelen van de aanvragers. De nieuwe term ‘bestaansmiddelen’ is dan ook ruimer dan de vroegere term ‘inkomsten’. Voortaan spelen bijvoorbeeld ook inkomsten uit (on)roerende goederen, spaargeld of verzekeringen op juridische bijstand een rol in de controle.

    Rechtzoekenden die geheel of gedeeltelijk zijn vrijgesteld kunnen gecontroleerd worden op hun bestaansmiddelen, behalve wanneer het gaat over minderjarigen.
  • Om geen onnodige extra controles te doen op de financiële mogelijkheden van een aanvrager, zal de beslissing van het bureau voor juridische bijstand gelden als bewijs en dat gedurende een jaar.
  • Als de kost van juridische bijstand al gedekt wordt door een derde betaler (bijvoorbeeld als de rechtzoekende een rechtsbijstandsverzekering heeft), dan kan hij geen beroep doen op de juridische tweedelijnsbijstand.
  • Om  juridische bijstand in te trekken wanneer het aanbod niet langer aangewezen is, zal er ook beter gecontroleerd worden.


Bronnen

-Wet van 6 juli 2016 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de juridische bijstand, BS 14 juli 2016

- Koninklijk besluit van 3 augustus 2016 tot wijziging van het koninklijk besluit van 18 december 2003 tot vaststelling van de voorwaarden van de volledige of gedeeltelijke kosteloosheid van de juridische tweedelijnsbijstand en de rechtsbijstand

- Koninklijk besluit van 21 juli 2016 tot wijziging van het koninklijk besluit van 20 december 1999 houdende uitvoeringsbepalingen inzake de vergoeding die aan advocaten wordt toegekend in het kader van de juridische tweedelijnsbijstand en inzake de subsidie voor de kosten verbonden aan de organisatie van de bureaus voor juridische bijstand

- Ministerieel besluit van 13 juli 2016 tot vaststelling van de nomenclatuur van de punten voor prestaties verricht door advocaten belast met gedeeltelijk of volledig kosteloze juridische tweedelijnsbijstand

Pers contact

Edward Landtsheere
Woordvoerder FOD Justitie
press@just.fgov.be(link stuurt een e-mail)
Tel : +32 (0)2 542 67 57
GSM : 0479 44 93 29

 JUST 2020 | RECHT VOORUIT

Met zicht op 2020 heeft de FOD Justitie een visie op een efficiënte en moderne justitie.
De hele organisatie is gemotiveerd om waardevol werk te leveren, zowel onder elkaar als voor de burger.

Contacteer ons

Press

Pers

press@just.fgov.be
  • Edward Landtsheere
    (NL)

  • Christine-Laura Kouassi
    (FR)