Justitie staat in de eerste plaats voor een waarde: rechtvaardigheid

De burger wil gerechtigheid. Justitie moet ‘juist’ zijn. Wij moeten dus eerst achterhalen wat het begrip ‘rechtvaardigheid’ precies inhoudt en wat de burger en de maatschappij verwachten. Maar wat is het ‘juiste’? Is het de inachtneming van de gelijkheid of de eerlijkheid of de aanvaardbaarheid van de wettelijke oplossing of de gewezen beslissing? En berust het ‘juiste’ vanuit een andere invalshoek op het ‘ware’ of is het datgene dat kan verzoenen en bedaren? Door over die basisbegrippen na te denken, kan een rechtsstelsel worden opgezet dat aan de verwachtingen en de behoeften van de maatschappij beantwoordt.

Justitie is vervolgens een organisatie

Tienduizenden personen dragen bij tot de verwezenlijking van de doelstellingen: magistraten, gerechtspersoneel, administratie, politiediensten. De eigenheid van justitie bestaat erin dat zij zich op het raakvlak tussen twee machten bevindt: de uitvoerende en de rechterlijke macht. De vraag is dus hoe de relaties tussen die twee machten op elkaar kunnen worden afgestemd. Hoe kunnen de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en de autonomie waarin thans voor de rechterlijke orde op het vlak van beheer is voorzien, worden verenigd? Hoe moet de externe controle op de werking van de rechterlijke orde worden gezien? En welke rol speelt de FOD Justitie daarin?

Justitie uit zich door middel van processen

Justitie vertaalt zich in een groot aantal procedures, die op hun beurt van jurisdictionele, gerechtelijke of administratieve aard zijn. De uitdaging hier bestaat erin een meer doeltreffende justitie te bekomen die meegaat met haar tijd: eenvoudiger, sneller, goedkoper, met minder nadruk op de vorm en meer respect voor de rechtzoekenden, waarbij alternatieve wijzen voor het beslechten van geschillen en alle mogelijkheden van de nieuwe technologieën worden ingezet.

Justitie moet tot slot deel uitmaken van een Europees en internationaal perspectief

Justitie kan vandaag de dag niet langer enkel op nationaal niveau uitgedacht worden. België is onder meer lid van de Europese Unie, de Raad van Europa en de Verenigde Naties. Die organisaties stellen normen op die de ontwikkeling van ons nationaal recht wezenlijk beïnvloeden. Onze nationale rechtscolleges zijn eveneens onderworpen aan de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Wij moeten stilstaan bij de gevolgen daarvan en nagaan hoe die werkelijkheid in de Belgische wetgeving en handelwijzen kan worden geïntegreerd en, omgekeerd, welke rol België op Europees en internationaal vlak kan spelen om zijn rechtsstelsel te laten gelden.