DG Wetgeving, Fundamentele rechten en vrijheden, evolutie 2016-2020

Voor 2020 vertonen de cijfers een lichte daling, die kan verklaard worden door de gezondheidscrisis ten gevolge van Covid.

Het directoraat-generaal Wetgeving, Fundamentele rechten en vrijheden (verder DG Wetgeving) vervult tal van operationele taken, naast zijn rol als adviseur van de minister van justitie in het burgerlijk recht, het gerechtelijk recht, het handelsrecht, het strafrecht, de fundamentele rechten en vrijheden en de erediensten en niet-confessionele levensbeschouwingen.

Het DG beheert aldus zeer uiteenlopende individuele procedures zoals het toekennen van naamsveranderingen, het erkennen en registreren van internationale adopties, het behandelen van dossiers rond internationale kinderontvoeringen, het toekennen van rechtspersoonlijkheid aan stichtingen van openbaar nut en internationale vzw’s, het aanstellen van voogden voor niet-begeleide minderjarigen, het behandelen van aanvragen tot uitlevering en verzoeken tot overbrenging, het behandelen van administratieve beroepen in het kader van de wapenwet tegen beslissingen van de gouverneur en het voorbereiden van genadedossiers.

Naams- en voornaamsveranderingen

Ingevolge de wet van 18 juni 2018 zijn de gemeenten sedert 1 augustus 2018 bevoegd voor de verzoeken tot voor- naamsverandering. De FOD Justitie is sedertdien dus niet meer bevoegd voor die verzoeken. Hij is enkel nog bevoegd voor de verzoeken tot naamsverandering.

De dienst Naamsverandering behandelt de verzoeken van particulieren die om tal van mogelijke redenen van naam willen veranderen. De wet vereist evenwel dat het verzoek op ernstige redenen steunt en dat de gevraagde naam geen aanleiding geeft tot verwarring en de verzoeker of derden niet kan schaden.

In 2020 is het aantal nieuwe aanvragen om van familienaam te veranderen gedaald, waarschijnlijk ten gevolge van de sanitaire crisis.

Naams- en voornaamsveranderingen

Back to top

Internationale adoptie

De dienst Internationale Adoptie treedt op als federale centrale autoriteit (FCA) binnen de FOD Justitie en heeft als opdracht buitenlandse beslissingen betreffende de totstandkoming van een adoptie te erkennen. Dat orgaan is in werking getreden op 1 september 2005.

1. Verkrijgen van een geschiktheidsvonnis

Elke persoon die zijn verblijfplaats in België heeft en een procedure wenst op te starten die kan leiden tot een buitenlandse beslissing betreffende de totstandkoming van een adoptie ten gunste van hem, moet een zogenaamd geschiktheidsvonnis verkrijgen. Uit dat vonnis blijkt dat hij geschikt is om een interlandelijke adoptie aan te gaan.
Tussen 1 januari 2016 en 31 december 2020 heeft de federale centrale autoriteit 847 geschiktheidsvonnissen ontvangen.

2. Erkenning van de buitenlandse beslissingen betreffende de totstandkoming van een adoptie (begeleide dossiers)

De meeste erkenningen betreffen interlandelijke adopties met een interlandelijke overbrenging van een minderjarig kind uit zijn land van herkomst naar België. Die procedures worden begeleid door een Belgische adoptiedienst of de bevoegde centrale autoriteit van de gemeenschap. Over de laatste vijf jaar gaat het om 384 dossiers.

3. Erkenning van de buitenlandse beslissingen betreffende de totstandkoming van een adoptie (niet-begeleide dossiers)

De federale centrale autoriteit heeft ook niet-begeleide dossiers behandeld overeenkomstig de bepalingen van de Belgische wetgeving ter zake. Hierbij gaat het om de volgende situaties: interne adopties ten gunste van een Belg uitges- proken in het land van herkomst van het kind, interlandelijke adopties ten gunste van een Belg met een interlandelijke overbrenging van het kind, adopties van Belgische kinderen door de partner van een ouder verblijvend in het buiten- land en adopties van meerderjarigen (veelal stiefouderadopties). Over de laatste vijf jaar gaat het om 277 dossiers.

4. Weigering tot erkenning

De voorbije vijf jaar weigerde de federale centrale autoriteit 133 adopties te erkennen omdat deze niet voldeden aan de bepalingen van de Belgische en internationale wetgeving. De federale centrale autoriteit weigerde bijvoorbeeld herhaaldelijk een adoptie te erkennen nadat de adoptanten zelf de hele adoptieprocedure in het buitenland had- den geregeld, maar dan weer niet in België de voorafgaande procedure van voorbereiding en geschiktheid hadden gevolgd.

5. Het aantal interlandelijke adopties daalt

In 2016 en 2017 erkende de federale centrale autoriteit zo’n honderd begeleide dossiers per jaar. Sindsdien is dit aantal gedaald: 75 in 2018, 58 in 2019 en 49 in 2020. Verschillende factoren verklaren deze daling. De eerste factor is de toegenomen levensstandaard in de landen van herkomst van de kinderen, wat verklaart dat zij de binnenlandse adoptie aanmoedigen, de sluiting van bepaalde kanalen door de rechtsonzekerheid of nog de tenuitvoerlegging van het verdrag van ‘s-Gravenhage dat de landen verplicht hun organisatie te herzien voordat de interlandelijke adoptie opnieuw mogelijk wordt.

De meeste dossiers vinden hun oorsprong in de volgende landen:

Adopties erkenningen

Back to top

Internationale vzw’s en SON’s
De dienst Economische Rechten is belast met de erkenning, via een koninklijk besluit, van de internationale vzw’s (ivzw) en van de stichtingen van openbaar nut (SON). Een ivzw of een SON verkrijgt immers rechtspersoonlijkheid op de dag van de ondertekening van het koninklijk besluit tot erkenning.

Internationale vzw’s en SON’s

De dienst Economische Rechten is belast met de erkenning, via een koninklijk besluit, van de internationale vzw’s (ivzw) en van de stichtingen van openbaar nut (SON). Een ivzw of een SON verkrijgt immers rechtspersoonlijkheid op de dag van de ondertekening van het koninklijk besluit tot erkenning.

Stichtingen van openbaar nut - Ivzw

Back to top

Internationale samenwerking in burgerlijke zaken

De dienst Internationale Samenwerking in Burgerlijke Zaken staat in voor de behandeling van individuele dossiers in verscheidene vastgelegde domeinen en staat ten dienst van de burger en de partners van de FOD Justitie. Deze dossiers worden behandeld op basis van een of meerdere internationale instrumenten waartoe België partij is (Verdrag, EU-Verordening, EU-Richtlijn, bilateraal administratief akkoord, etc.).

De onderstaande grafiek geeft de jaarcijfers weer met betrekking tot die dossiers voor elke materie.

  • De rubriek ‘Ontvoering, grensoverschrijdend bezoekrecht’ heeft betrekking op de verzoeken tot terugkeer van een kind na een ongeoorloofde grensoverschrijdende overbrenging/vasthouding en op de verzoeken tot grensoverschrijdend bezoekrecht.
  • De rubriek ‘Bescherming van minderjarigen’ heeft betrekking op de grensoverschrijdende verzoeken tot bescherming van minderjarigen.
  • De rubriek ‘Onderhoudsverplichtingen’ heeft betrekking op de grensoverschrijdende verzoeken tot invordering van onderhoudsgeld.
  • De rubriek ‘Rechtsbijstand’ heeft betrekking op de grensoverschrijdende verzoeken tot rechtsbijstand (advocaat geheel of gedeeltelijk gratis).
  • De rubriek ‘Betekening/kennisgeving’ heeft betrekking op de grensoverschrijdende verzoeken tot betekening en kennisgeving van stukken.
  • De rubriek ‘Bewijsverkrijging’ heeft betrekking op de grensoverschrijdende verzoeken tot bewijsverkrijging.

Voor 2020 vertonen de cijfers een lichte daling, die kan verklaard worden door de gezondheidscrisis ten gevolge van Covid.

Aantal dossiers per jaar en per soort

Back to top

Internationale rechtshulp in strafzaken

Deze dienst is belast met de toepassing van de gerechtelijke procedures met internationale dimensie waarbij Belgie betrokken is (uitlevering, overbrenging van gedetineerden, kennisgeving van gerechtelijke stukken, internationale rogatoire commissies).

Internationale rechtshulpverzoeken (CRP) zijn dossiers waarin een gerechtelijke autoriteit een onderzoeksopdracht vraagt aan een buitenlandse autoriteit. De rol van de FOD Justitie hierin is het ontvangen of verzenden van deze verzoeken en ze voor uitvoering overmaken aan de bevoegde uitvoerende overheid. Onderstaande cijfers betreffen de dossiers die door de dienst worden behandeld alsook de dossiers die rechtstreeks door de gerechtelijke overhe- den worden uitgewisseld en waarvan de FOD op de hoogte werd gesteld. Het gaat zowel om verzoeken van, als aan België. De verhoging vanaf 2014 is te wijten aan een betere doorstroming van de informatie.

Bij uitleveringen (E) vraagt een land om een gezochte persoon over te dragen teneinde hem te vervolgen of om een reeds uitgesproken straf ten uitvoer te leggen. Wanneer een vraag tot uitlevering aan België wordt gericht, legt de administratie een ontwerpbesluit over dit verzoek voor aan de Minister van Justitie. Het gaat hier om uitleveringen van en naar België.

In overbrengingsdossiers (TRA, ETB en TRS) behandelt de FOD Justitie het verzoek van gedetineerden die hun ge- vangenisstraf in hun land van herkomst wensen uit te zitten, of de gevallen van onvrijwillige overbrenging. Voor de ETB’s betreffen deze cijfers hoofdzakelijk overbrengingen van België naar het buitenland binnen de EU.

In de dossiers inzake Europese Aanhoudingsmandaten (EAW) verleent de FOD Justitie de garantie dat een gede- tineerde na zijn overlevering en definitieve veroordeling, zijn straf mag uitzitten in zijn land van herkomst. Onders- taande cijfers betreffen de dossiers die door de dienst worden behandeld alsook de dossiers die rechtstreeks door de gerechtelijke overheden worden afgehandeld en waarvan de FOD op de hoogte werd gesteld. Het gaat zowel om verzoeken van, als aan België.

Aantal dossiers per jaar en per soort

Taartdiagram - Aantal dossiers per jaar en per soort

Back to top

Niet-begeleide minderjarige vreemdelingen

De dienst Voogdij is bevoegd voor de identificatie van en de voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen.

Wanneer een jongere beweert een niet-begeleide minderjarige vreemdeling te zijn, wordt zijn signalement meegedeeld aan de dienst Voogdij. Bij ontvangst van het signalement heeft de dienst Voogdij de opdracht de eventuele twijfels van de autoriteiten weg te nemen. Daartoe voert de dienst de noodzakelijke identificatieprocedures met het oog op het bevestigen of het weerleggen van de verklaringen van de jongere (organisatie van de leeftijdstest of van de DNA-test, identificatiegesprek, analyse van de eventueel voorgelegde documenten, inwinnen van adviezen, enz.) en dan een officiële identificatiebeslissing te nemen.

Zodra de jongere geïdentificeerd is als niet-begeleide minderjarige vreemdeling, wijst de dienst Voogdij hem of haar een NBMV-voogd toe. De voogd is verantwoordelijk voor het algemeen welzijn van zijn pupil, hij is zijn wettelijke vertegenwoordiger en staat in voor de goede evolutie van alle aspecten van zijn situatie.

Om genoeg competente voogden ter beschikking te hebben, zet de dienst Voogdij ten volle in op werving, selectie en opleiding. Hij werft jaarlijks bijkomende voogden aan. Momenteel zijn er 537 voogden actief (301 Nederlandstaligen en 236 Franstaligen). Eind 2015 waren er 245 voogden actief maar hun aantal steeg snel, om het hoge aantal NBMV’s ingevolge de migratiecrisis van 2015 een voogd te kunnen toewijzen. Dit was ook in 2019 het geval.

De dienst Voogdij waarborgt bovendien de kwaliteit en het professionalisme van zijn voogden door hen tijdens hun volledige traject als voogd te volgen, hen te ondersteunen, hen bijscholing, een helpdesk en coaching aan te bieden en hen op geregelde tijdstippen te evalueren. De behandelde thema’s variëren van jaar tot jaar en er wordt tegemoet gekomen aan de behoeften die er zijn (bv.: sociale rechten, meer specifiek Groeipakket en openen van het open van een bankrekening). Omwille van de gezondheidscrisis werden digitale opleidingen gegeven, en de coaching via videoconferentie georganiseerd.

Jaarlijks overzicht van het aantal voor het eerst gesignaleerde jongeren

Evolutie van het aantal voogdijen

Back to top

Wapens

De aanvragen inzake wapenbezitvergunningen, de erkenningen en de wapendrachtvergunningen

De Federale Wapendienst behandelt de beroepen tegen de beslissingen van de gouverneurs of tegen het ontbreken van een beslissing binnen de wettelijke termijn (Wet van 08/06/2006 houdende regeling van economische en indi- viduele activiteiten met wapens, art. 30, B.S. 09/06/2006) betreffende aanvragen inzake wapenbezitsvergunningen, wapendrachtvergunningen en erkenningen.
Als gevolg van een wijziging in de wetgeving zijn in 2019 veel aanvragen ingediend voor de erkenning van verzamelaars van laders. Dit cijfer is in 2020 aanzienlijk gedaald, met name na de bevestiging van ons restrictieve standpunt door de Raad van State.

Wapenbezitsvergunningen

De aanvragen tot organisatie van beurzen

De FOD Justitie verleent toelating om vrij verkrijgbare vuurwapens te verkopen op een wapen- of militariabeurs. Aan een beurs mag worden deelgenomen zowel door wapenhandelaars (buitenlandse wapenhandelaars moeten ook erkend zijn) als door particulieren die al dan niet het statuut van verzamelaar hebben en die occasioneel enkele wapens willen verkopen.

Het aantal afgesloten dossiers fluctueerde tussen 2019 en 2020 als gevolg van de gezondheidscrisis door COVID-19, waardoor veel beurzen werden geannuleerd.

Beurzen

Back to top

Genadeverzoeken

Het genaderecht, dat bij artikel 110 van de Grondwet aan de Koning wordt toegekend, is van toepassing op alle straffen die bij definitieve en uitvoerbare rechterlijke beslissingen zijn uitgesproken. In de praktijk betreffen de verzoeken hoofdzakelijk drie soorten straffen (die nog moeten worden ondergaan of reeds in uitvoering zijn): gevangenisstraffen, geldboetes en vervallenverklaringen van het recht tot sturen.

Aantal genadeverzoeken en beslissingen per jaar

Grafiek: Aantal genadeverzoeken en beslissingen per jaar

  • Het aantal verzoeken neemt toe, voornamelijk voor geldboetes. Die toename heeft onder meer te maken met de mogelijkheid om verzoeken per e-mail in te dienen.
  • Aangezien de procedure enkele maanden in beslag neemt, komt het aantal behandelde en afgeronde dossiers niet overeen met het aantal nieuwe verzoeken die in de loop van datzelfde jaar worden ingediend.
  • De verzoeken betreffen voornamelijk geldboetes, dan gevangenisstraffen en rijverboden.
  • Het aantal geseponeerde dossiers neemt eveneens sterk toe behalve het laatste jaar. Die categorie omvat: genade niet van toepassing, veroordeling nog niet definitief, straf uitgevoerd tijdens de genadeprocedure, procedure reeds geopend voor de strafuitvoeringsrechtbank, enz.
  • Het aantal genadeverzoeken ingewilligd bij koninklijk besluit is gering, vermits daartoe strikte criteria gelden. Ze betreffen voornamelijk verkeersovertredingen: vermindering of schrapping van geldboetes of van vervallenverklaringen van het recht tot sturen.

Back to top

Personeel erediensten en vrijzinnigheid

In België wordt de materie van de erediensten geregeld door drie grondwettelijke fundamentele principes:

  • gelijkheid en non-discriminatie voorzien in de artikelen 10 en 11 van de grondwet;
  • vrijheid van erediensten en om op elk gebied zijn mening te uiten voorzien in de artikelen 19 en 20 van de grondwet;
  • de onafhankelijkheid tussen erediensten en staat voorzien in artikel 21, lid 1, van de grondwet.

De verplichting voor de staat om de wedden en pensioenen van de bedienaars en de afgevaardigden van de vrijzin- nigheid te betalen, is voorzien in artikel 181 § 1 en 2 van de grondwet.

Bezoldigde voltijds equivalenten

Back to top