Sinds 1 september 2022 gelden er nieuwe regels wanneer u veroordeeld bent tot één of meerdere gevangenisstraffen die in totaal meer dan 2 jaar en maximaal 3 jaar bedragen. 

De nieuwe regels zijn enkel op u van toepassing indien uw gevangenisstraffen allemaal zijn uitgesproken na 31 augustus 2022 .

Als de nieuwe regels nog niet voor u gelden, valt u onder de regels van de ministeriële omzendbrieven. U kunt in dat geval wel altijd vragen om toch onder de nieuwe regels te vallen.

Samenvatting nieuwe regels

Wanneer u wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf, moet u die straf ondergaan in de gevangenis. Maar er bestaan ook mogelijkheden om uw straf geheel of gedeeltelijk buiten de gevangenis uit te voeren. Dat noemt men ‘strafuitvoeringsmodaliteiten’. U moet ze zelf aanvragen en het is de strafuitvoeringsrechter die erover beslist. 

In ieder geval moet u altijd eerst langs de gevangenis passeren, na ontvangst van uw gevangenisbriefje. De gevangenis zal namelijk controleren of u in aanmerking komt om zo’n aanvraag te doen. In bepaalde gevallen zal u vervolgens de gevangenis mogen verlaten, in afwachting van een beslissing van de strafuitvoeringsrechter over uw aanvraag. 

Na uw veroordeling ontvangt u een brief van het openbaar ministerie (het ‘gevangenisbriefje’). Daarin staat vermeld dat u zich binnen de 5 werkdagen na de ontvangst van het gevangenisbriefje (dus niet op weekend- en feestdagen) moet aanmelden in een bepaalde gevangenis. 

Het is heel belangrijk om daar spontaan op in te gaan! Als u dat niet doet, wordt u aangehouden door de politie. U zal dan sowieso de beslissing over een eventuele aanvraag van een strafuitvoeringsmodaliteit moeten afwachten in de gevangenis. 

Het is mogelijk om uw gevangenisstraf onder bepaalde voorwaarden volledig of gedeeltelijk buiten de gevangenis uit te voeren, bijvoorbeeld bij u thuis. Afhankelijk van de hoogte van uw straf kan dat soms onmiddellijk of pas nadat u een deel van uw straf hebt ondergaan. 

Er zijn 4 strafuitvoeringsmodaliteiten: 

  1. Beperkte detentie
    Beperkte detentie betekent dat u de gevangenis dagelijks mag verlaten voor een bepaalde tijd (maximaal 16 uren). Dat kan zijn om te gaan werken, een opleiding te volgen of om familiale redenen. Normaal gezien verblijft u dan enkel ‘s avonds en ’s nachts in de gevangenis. U moet dus geen eigen adres hebben. Tijdens de beperkte detentie kunt u ook penitentiair verlof krijgen, dat is extra tijd om met uw familie door te brengen of om uw reclassering verder voor te bereiden.
  2. Elektronisch toezicht 
    Elektronisch toezicht betekent dat u verplicht op een bepaald adres moet verblijven. Dat kan bij u thuis zijn of op een ander adres. U moet ook een bepaald uurrooster naleven. Dat alles wordt met elektronische middelen gecontroleerd. Tijdens het elektronisch toezicht kunt u gaan werken of werk zoeken, solliciteren, een opleiding of therapie volgen, … . Ook tijdens het elektronisch toezicht kunt u penitentiair verlof genieten.
  3. Voorwaardelijke invrijheidstelling
    Voorwaardelijke invrijheidstelling betekent dat u voor het einde van uw straf wordt vrijgelaten. Aan deze invrijheidstelling zijn voorwaarden verbonden die u tijdens een door de strafuitvoeringsrechter bepaalde periode (‘proeftijd’) moet naleven.
  4. Voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering of overlevering
    • Voorlopige invrijheidsstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied betekent dat u voor het einde van uw straf wordt vrijgelaten en het land dient te verlaten. U krijgt voorwaarden die u moet naleven tijdens een door de strafuitvoeringsrechter bepaalde periode (‘proeftijd’). Maar omdat u geen verblijfsrecht hebt in België, zal u die proeftijd dus in een ander land ondergaan. 
    • Voorlopige invrijheidstelling met het oog op overlevering betekent ook dat u voor het einde van uw straf wordt vrijgelaten zodat u kunt overgeleverd worden aan het land dat voor u een Europees of internationaal aanhoudingsbevel heeft afgeleverd. 

Een voorwaardelijke of voorlopige invrijheidstelling kunt u pas krijgen nadat u minstens 1/3de van uw straf (in de gevangenis of daarbuiten onder elektronisch toezicht) hebt ondergaan. Al een half jaar (6 maanden) voordien, komt u in aanmerking voor een beperkte detentie of een elektronisch toezicht.  

Twee voorbeelden om dit te verduidelijken: 

Voorbeeld 1: u bent veroordeeld tot een gevangenisstraf van 27 maanden

  • Na 9 maanden detentie (1/3de van 27 maanden), kan de strafuitvoeringsrechter u een voorwaardelijke of voorlopige invrijheidstelling toekennen. 
  • Na 3 maanden detentie (1/3de van 24 maanden min 6 maanden), kan de strafuitvoeringsrechter u een beperkte detentie of een elektronisch toezicht toekennen. 

Voorbeeld 3: u bent veroordeeld tot een gevangenisstraf van 27 maanden en onderging al een voorlopige hechtenis van 3 maanden

  • Na 6 maanden detentie (1/3de van 27 maanden = 9 maanden, min 3 maanden voorlopige hechtenis), kan de strafuitvoeringsrechter u een voorwaardelijke of voorlopige invrijheidstelling toekennen. 
  • U komt onmiddellijk in aanmerking voor een beperkte detentie of een elektronisch toezicht (1/3de van 27 maanden, min 3 maanden, min 6 maanden). 

De strafuitvoeringsrechter gaat na of er tegenaanwijzingen zijn voor de toekenning van de gevraagde strafuitvoeringsmodaliteit. Die tegenaanwijzingen hebben betrekking op:   

  • het feit dat u niet in uw eigen behoeften kan voorzien (die tegenaanwijzing geldt niet voor de beperkte detentie, omdat uw hoofdverblijf de gevangenis is, en ook niet voor de voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering of overlevering);
  • het feit dat u een ernstig risico betekent voor de fysieke integriteit van derden
  • het feit dat er een risico bestaat dat u uw slachtoffers zou lastigvallen
  • uw houding ten aanzien van uw slachtoffers (die tegenaanwijzing geldt niet voor de voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering of overlevering); 
  • de inspanningen die u levert om de burgerlijke partij(en) te vergoeden. 

Als de strafuitvoeringsrechter oordeelt dat er een tegenaanwijzing is en dat die tegenaanwijzing niet kan opgevangen worden door het opleggen van bijzondere voorwaarden, zal die de gevraagde strafuitvoeringsmodaliteit weigeren. 

Er zijn er twee mogelijkheden:

Elke aanvraagprocedure start vanuit de gevangenis, zodat u zich sowieso altijd eerst moet aanmelden in de gevangenis als u uw gevangenisbriefje hebt ontvangen.  

A. Procedure waarbij u onmiddellijk de gevangenis kan verlaten 

Deze procedure kan worden gevolgd als u voldoet aan alle volgende voorwaarden:

  • u hebt zich spontaan en binnen de termijn aangemeld in de gevangenis;
  • u bent onmiddellijk in de tijdsvoorwaarden voor elektronisch toezicht of beperkte detentie; 
  • u bent niet veroordeeld wegens seksuele of terroristische misdrijven en u vertoont geen tekenen van gewelddadig extremisme

Onmiddellijk bij uw aanmelding controleert de gevangenis of u aan die voorwaarden voldoet. Als dat het geval is, verloopt de procedure als volgt:

1. U dient uw aanvraag in op de griffie van de gevangenis

Zodra u uw aanvraag elektronisch toezicht en/of beperkte detentie hebt ingediend, wordt de verdere uitvoering van uw gevangenisstraf automatisch geschorst. U mag de gevangenis onmiddellijk verlaten.

De griffie van de gevangenis geeft u op dat moment de volgende documenten mee: 

  • een kopie van uw aanvraag;
  • een inlichtingenformulier (dit formulier vult u thuis in en u dient het samen met de gevraagde bewijsstukken in op de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank (zie verder, punt 2.) of u kunt een attest ‘onmiddellijke opschorting van de tenuitvoerlegging van de straf’ (met dit document kunt u aantonen dat u, ondanks uw gevangenisstraf, rechtmatig buiten de gevangenis bent)
  • een document met informatie over de verdere procedure. 

2. U dient uw dossier in op de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank

Binnen de 15 werkdagen nadat u de gevangenis hebt verlaten, dient u het ingevulde inlichtingenformulier, samen met de gevraagde bewijsstukken (dit is uw ‘dossier’), in op de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank. (Het adres en de contactgegevens van die strafuitvoeringsrechtbank vindt u terug op de kopie van uw aanvraag die u meekreeg van de gevangenis).

Het inlichtingenformulier stelt duidelijk welke informatie en bewijsstukken de strafuitvoeringsrechter nodig heeft om een beslissing te nemen over uw aanvraag (elektronisch toezicht en/of beperkte detentie) . 

Als u een elektronisch toezicht vraagt, moet u in ieder geval de volgende informatie geven:

  • Wat bent u van plan om te doen tijdens het elektronisch toezicht (werk, opleiding, vrijwilligerswerk, …);
  • Op welk adres zal u het elektronisch toezicht / penitentiair verlof doorbrengen?;
  • Wie zal samen met u in dezelfde woning verblijven? Voeg een verklaring van uw meerderjarige huisgenoten toe dat zij akkoord zijn dat u bij hen zal verblijven. 

Als u een beperkte detentie vraagt, moet u in ieder geval de volgende informatie geven:

  • Wat bent u van plan om te doen tijdens de momenten dat u de gevangenis mag verlaten? 
  • Op welk adres zal u het penitentiair verlof doorbrengen?

Let op: zoals gezegd heeft u 15 werkdagen de tijd om uw dossier op de griffie van de bevoegde strafuitvoeringsrechtbank of online in te dienen. Dat is niet zo heel lang. Verzamel dus zeker al de nodige documenten op voorhand als u denkt in de voorwaarden te zijn.

3. De rechter bekijkt uw dossier

De strafuitvoeringsrechter beslist op basis van uw dossier of u een beperkte detentie of een elektronisch toezicht kan krijgen. Als de rechter dat nodig vindt, kan die beslissen om u te horen op een zitting. 

4. De rechter neemt een beslissing

U ontvangt de beslissing van de strafuitvoeringsrechter per aangetekende brief.

Er zijn drie mogelijke beslissingen:

  • U krijgt elektronisch toezicht. 
    U blijft dan in vrijheid tot aan de effectieve aansluiting van uw elektronisch toezicht. 
  • U krijgt beperkte detentie. 
    U moet zich binnen 5 werkdagen nadat de beslissing van de strafuitvoeringsrechter definitief is, aanbieden in de gevangenis om er uw gevangenisstraf onder de modaliteit van beperkte detentie te ondergaan. Indien u zich niet tijdig aanbiedt, zal dat worden gemeld bij de politie.   
  • De strafuitvoeringsrechter weigert uw aanvraag. 
    U moet zich binnen 5 werkdagen nadat de beslissing van de strafuitvoeringsrechter definitief is , aanbieden in de gevangenis om er uw gevangenisstraf te ondergaan. 
    Indien u zich niet tijdig aanbiedt, zal dat worden gemeld bij de politie.   

5. Cassatieberoep 

Tegen de beslissing van de strafuitvoeringsrechter kunt u geen hoger beroep instellen. Een cassatieberoep kan wel. Dat beroep moet worden ingediend door een advocaat. U hebt daarvoor 5 dagen de tijd vanaf de datum van het vonnis. Het Hof van Cassatie controleert enkel of de rechter de wet en de procedure correct toepaste. Het Hof van Cassatie controleert dus niet of de strafuitvoeringsrechter u de gevraagde strafuitvoeringsmodaliteit terecht weigerde of niet.

Let op: 

Tijdens de periode tussen het indienen van uw aanvraag (1) en de definitieve beslissing van de strafuitvoeringsrechter (4), kunt u toch worden opgesloten in de gevangenis omdat:

  • u de fysieke of psychische integriteit van anderen ernstig in gevaar hebt gebracht;
  • het gevaar bestaat dat u zich aan de uitvoering van uw straf zou onttrekken;
  • u nog een andere straf hebt die u moet ondergaan, waardoor u misschien niet meer voldoet aan de tijdsvoorwaarden voor beperkte detentie of elektronisch toezicht.

Als dat gebeurt en de strafuitvoeringsrechter heeft nog geen beslissing genomen over uw verzoek tot beperkte detentie of elektronisch toezicht, komt er automatisch een einde aan de procedure volgens punt A. U kunt dan een nieuwe aanvraag indienen voor beperkte detentie en/of elektronisch toezicht vanuit de gevangenis volgens punt B, wanneer u daarvoor opnieuw in de voorwaarden bent. 

B. Procedure aanvraag vanuit de gevangenis 

Als u niet in aanmerking komt voor de procedure onder A, blijft u opgesloten en moet u de procedure altijd volledig in de gevangenis doorlopen. 

De procedure verloopt dan als volgt:

  1. De gevangenisdirecteur informeert u zodra u een aanvraag voor een strafuitvoeringsmodaliteit kunt indienen. 
  2. Vanaf dan kan u uw aanvraag schriftelijk indienen in op de griffie van de gevangenis. 
  3. De directeur stelt een dossier samen en bespreekt samen met u uw aanvraag. Daarna stelt die een schriftelijk gemotiveerd advies op (toekenning of weigering van de modaliteit). 
  4. Als het openbaar ministerie het nodig vindt, brengt het ook een advies uit. 
  5. De strafuitvoeringsrechter behandelt uw aanvraag. Meestal is die procedure schriftelijk.
  6. In sommige gevallen moet u wel verschijnen voor de strafuitvoeringsrechter, namelijk: 
    • als de strafuitvoeringsrechter uw aanvraag wil bespreken; 
    • als u zelf vraagt om te verschijnen nadat dezelfde aanvraag al eens werd geweigerd.
  7. De strafuitvoeringsrechter kan beslissen om:
    • u de gevraagde modaliteit toe te kennen;
    • uw aanvraag te weigeren;
    • u een andere modaliteit toe te kennen
      ► U ontvangt in deze procedure de beslissing via de gevangenisdirecteur.
  8. Cassatieberoep 
    Tegen de beslissing van de strafuitvoeringsrechter kunt u geen hoger beroep instellen. Een cassatieberoep kan wel. Dat beroep moet worden ingediend door een advocaat. U hebt daarvoor 5 dagen de tijd vanaf de datum van het vonnis. Het Hof van Cassatie controleert enkel of de rechter de wet en de procedure correct toepaste. Het Hof van Cassatie controleert dus niet of de strafuitvoeringsrechter u de gevraagde strafuitvoeringsmodaliteit terecht weigerde of niet. 

Aan de toekenning van een strafuitvoeringsmodaliteit zijn voorwaarden gekoppeld. 
De politie en het openbaar ministerie controleren de naleving van die voorwaarden.
Een justitiehuis en/of het centrum voor elektronisch toezicht is belast met de opvolging en het toezicht wanneer een elektronisch toezicht of beperkte detentie is toegekend en wanneer de strafuitvoeringsrechter bijzondere voorwaarden heeft opgelegd.

Als u de voorwaarden niet naleeft, kan de toegekende strafuitvoeringsmodaliteit worden herroepen. 

Daarvoor kunt u steeds contact opnemen met uw advocaat. In bepaalde gevallen heeft u recht op volledig of gedeeltelijk kosteloze bijstand.

Zie daarvoor: