U bent hier

Meer info over het detentiecentrum van Saint-Hubert

Het detentiecentrum van Saint-Hubert werd in 1972 in gebruik genomen en hanteert een open regime en een gedeeltelijk gemeenschapsregime. Op die manier kunnen de gedetineerden zich voorbereiden op een leven buiten de gevangenis. De activiteiten van het detentiecentrum zijn gericht op herinschakeling en herstel: de gedetineerden kunnen er werken, activiteiten doen binnen en buiten de inrichting, enz. 

Geschiedenis

In 1906 werd een boerderij gebouwd om werkruimten aan te bieden aan de ‘école de bienfaisance de l’État’. Deze inrichting ving jongeren op die door de jeugdrechter geplaatst werden in het centrum van de stad Saint-Hubert. In 1933 werd het landbouwbedrijf overgedragen aan het gevangeniswezen. Het gevangeniswezen stuurde eerst geïnterneerde landlopers naar Merksplas, daarna, in 1942, deed het dat met primair veroordeelden tot een correctionele straf. Die laatsten zaten er straffen uit wegens inbreuk op de besluiten i.v.m. de bevoorrading van het land. Zo ontstond op 1 mei 1944 het penitentiair landbouwcentrum (PLC), een halfopen inrichting.

Door het groot aantal gedetineerden in de strafinrichtingen na de oorlog wegens inbreuk op de externe veiligheid van de staat werd de administratie gedwongen om gebruik te maken van inrichtingen met een gemeenschappelijk regime voor de strafuitvoering. De bedoeling daarvan was om de gevangenissen te ontlasten. Door de gedetineerden werd een kamp gebouwd voor de opvang van meer dan 200 gedetineerden die meehielpen aan de bouw van het vliegveld en van een zwembad. Het kamp, opgetrokken in 1945, werd in 1970 vervangen door een stenen gebouw (het huidig cellenblok).

In 1971 werd op de terreinen van het PLC de ‘Etablissement pour Inadaptés Sociaux’ (inrichting voor maatschappelijk onaangepasten) of EIS opgericht, overeenkomstig de toepassing van de taalwetgeving van 1963. De EIS was dus de tegenhanger van de Nederlandstalige inrichting van Wortel.

Tot in 1993, het jaar waarin de wet op de landloperij werd opgeheven, had het detentiecentrum van Saint-Hubert hoofdzakelijk landlopers en veroordeelden tot heel korte straffen opgevangen.

Momenteel schommelt de bevolking rond de 235 gedetineerden. Daarnaast ressorteren ook een 30-tal personen met elektronisch toezicht onder de inrichting. Het landbouwbedrijf blijft de historische rode draad van de inrichting, die wordt gekenmerkt door een halfopen regime.

Regime

Het detentiecentrum van Saint-Hubert is bestemd voor gedetineerden die in aanmerking komen voor een open regime of een gemeenschapsregime. Dit vereist dus zelfdiscipline en sociale vaardigheden. Zij krijgen veel bewegingsvrijheid en de mogelijkheid om frisse lucht in te ademen (open regime). Het gaat ook om een gemeenschapsregime, wat onder meer betekent dat verscheidene activiteiten gemeenschappelijk verlopen (werk, maaltijden, vrije tijd, enz.).

Het detentieregime moet de gedetineerden in staat stellen de overgang te maken van het gereglementeerde leven in de gevangeniscel naar de terugkeer naar de vrijheid. De activiteiten zijn dan ook gericht op socialisatie, rehabilitatie en herstel door middel van werk (huishoudelijk werk, werk in de werkplaatsen, de boerderij of de tuin, enz.) en door de contacten te bevorderen met de buitenwereld. Dat laatste aspect uit zich in de uitbreiding van het bezoeksysteem, de invoering van het systeem van speciale familiale uitgaansvergunningen en beperkte detenties die beheerd worden door de vzw Le futur simple in St Ode. Ook de organisatie van opleidingen en culturele en sportieve activiteiten binnen en buiten de inrichting spelen een belangrijke rol.

Infrastructuur

Het detentiecentrum van Saint-Hubert telt verschillende gebouwen:

  • blok 1 & 2: celafdelingen met gemeenschappelijke refter
  • blok 5: afdeling met gemeenschappelijke kamer voor vier gedetineerden
  • blok 6: celafdeling
  • blok H1: afdeling met twee slaapzalen met 20 plaatsen voor ouderen of personen met gezondheidsproblemen

De boerderij, het symbool van het regime in de inrichting, omvat een veestapel van ongeveer 210 dieren en ongeveer 70 hectaren veld en bos. De tuin van anderhalve hectare heeft een moestuin en een boomgaard. Er worden verschillende groenten geteeld die hoofdzakelijk dienen voor de keuken van de inrichting.
De inrichting beschikt nog over een bibliotheek, verschillende leslokalen en een sportzaal (fitness en tafeltennis).

Werkplaatsen

Er zijn verschillende soorten werk:

  • huishoudelijke taken binnen de inrichting (schoonmaak, keuken, vestiaire, wasserij, bezoekzaal en restaurant) waarbij ongeveer een 100-tal gedetineerden aan het werk zijn
  • groenarbeid (grasvelden onderhouden, bladeren oprapen, sneeuw wegruimen)
  • de boerderij waar een 15-tal gedetineerden werken
  • de tuin waar een 20-tal gedetineerden werken
  • de land- en bosbouwactiviteiten
  • onderhoudswerken aan de gebouwen (elektriciteit, loodgieterij, smederij, enz.)
  • de werkplaatsen (werkplaatsen voor ondernemers en de schrijnwerkerij)