U bent hier

Huurovereenkomst

Een huurovereenkomst bestaat zodra een persoon (de verhuurder, die meestal ook de eigenaar is) het gebruik of genot van een woning verhuurt aan een andere persoon (de huurder). In ruil betaalt de huurder een huurprijs aan de verhuurder.

Elke meerderjarige persoon (ouder dan 18 jaar) en elke ontvoogde minderjarige kunnen een geldige huurovereenkomst sluiten.

Een bestaande overeenkomst tussen huurder en verhuurder kan schriftelijk of mondeling zijn vastgelegd. Vanaf 15 juni 2007 moet iedere huurovereenkomst echter verplicht schriftelijk worden afgesloten. Elke partij moet een exemplaar van deze overeenkomst krijgen.

De volgende gegevens moeten zeker aan bod komen in de schriftelijke overeenkomst:

  • de identiteit van de verhuurder en huurder
  • de begindatum van de overeenkomst
  • de aanwijzing van alle ruimtes en gedeeltes van het gehuurde gebouw
  • de huurprijs

Het contract wordt bekrachtigd als de huurder en verhuurder het ondertekenen.

Mondelinge huurcontracten die al vóór 15 juni 2007 zijn afgesloten blijven geldig, maar zowel de huurder als de verhuurder kan van de tegenpartij eisen dat de overeenkomst alsnog schriftelijk wordt vastgelegd. Dit gebeurt door de tegenpartij per aangetekende brief of bij deurwaardersexploot.

Bij de verhuring van een goed dat bestemd is voor bewoning in de ruime betekenis, dient in elke officiële of publieke mededeling het bedrag van de gevraagde huurprijs en van de gemeenschappelijke lasten te worden vermeld. Wanneer de verhuurder dit niet doet, kan de gemeente hem een administratieve boete geven tussen € 50 en € 200.