In twee zaken voor het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) hebben Belgische vrouwen en een Marokkaanse vrouw een klacht ingediend tegen de wet van 1 juni 2011 tot instelling van een verbod op het dragen van kleding die het gezicht volledig of grotendeels verbergt en dus het dragen van onder andere een niqab of een burqa  (een gewaad dat enkel de ogen onbedekt laat) verbiedt. 

De twee arresten tonen gelijkenissen met een eerdere uitspraak van het EHRM in de zaak S.A.S. tegen Frankrijk waar onze Agent van de regering, Isabelle Niedlispacher van de FOD Justitie, met een pleidooi is tussengekomen (video).
 
Het Hof stelde vast dat de Belgische wet voldoende precies geformuleerd is en werd ingegeven door een bezorgdheid om het “samenleven”. Zonder minimale garanties om het samenleven mogelijk te maken, door sociale communicatie en menselijke relaties, komen de “rechten en vrijheden van de anderen” in gevaar.

Het Hof stelt verder vast dat het verbod het resultaat is van een democratisch beslissingsproces en geeft ons land een ruime appreciatiemarge om te bepalen welke beperkingen op het recht op godsdienstvrijheid noodzakelijk zijn. Bijgevolg is er voor het Hof geen schending van het recht op privacy en het recht op godsdienstvrijheid (art. 8 en 9 EVRM).

Omdat het verbod een “objectieve en redelijke” rechtvaardiging heeft, is er volgens de rechters in Straatsburg ook geen sprake van een schending van het verbod op discriminatie (artikel 14 EVRM).

Meer info