Als de afstamming langs vaderszijde niet vaststaat op basis van het ‘vermoeden van vaderschap’ en de vader het kind niet erkent, en als ook het meemoederschap ten aanzien van het kind niet vaststaat, dan kan de rechtbank de afstamming langs vaderszijde vaststellen.

artikel 322 BW

Procedure

De familierechtbank is bevoegd voor alle vorderingen betreffende de afstamming.

artikel 572bis Ger.W. (materiële bevoegdheid)

artikel 629bis, § 5 Ger.W. (territoriale bevoegdheid)

De vordering ('vordering tot inroeping van staat') kan worden ingesteld door:

  • het kind;
  • de moeder van het kind;
  • de man die het vaderschap opeist.

artikel 332ter BW

De vordering moet worden ingesteld binnen de 30 jaar te rekenen vanaf de dag waarop het bezit van staat geëindigd is, of bij gebreke aan bezit van staat vanaf de geboorte. In dat laatste geval begint de verjaringstermijn voor het kind pas te lopen vanaf zijn 18e verjaardag.

artikel 331ter BW

arrest Grondwettelijk Hof nr. 103/2012 (m.b.t. artikel 325 BW)

arresten Grondwettelijk Hof nr. 61/2012 en nr. 30/2013 (m.b.t. artikel 332quinquies, § 2, eerste lid BW)

arrest Grondwettelijk Hof nr. 19/2019 (m.b.t. de artikelen 322 BW en 332quinquies, § 3 BW)