De jeugdbescherming wordt in hoofdzaak geregeld door de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade. 

Twee wetten van respectievelijk 15 mei 2006 en 13 juni 2006 hervormen de wet van 1965. Zij omvatten een bredere waaier aan maatregelen die de rechter kan uitspreken of die het parket (procureur des Konings) kan voorstellen ten aanzien van een minderjarige die een als misdrijf omschreven feit heeft gepleegd.

Door de Zesde Staatshervorming valt de jeugdbescherming voortaan voor een groot deel onder de bevoegdheid van de gemeenschappen. In Brussel is de GGC bevoegd.

Sinds 1 juli 2014 zijn de gemeenschappen bevoegd voor:

  • het bepalen van de aard van de maatregelen ten aanzien van de minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd;
  • de regels inzake de uithandengeving;
  • de regels inzake de plaatsing in een gesloten instelling;
  • de gesloten instellingen, volgens bepaalde uitvoeringsregels.

De gemeenschappen kunnen de dwingende maatregelen bepalen die kunnen worden genomen ten aanzien van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd. Dat omvat de bepaling van:

  • de aard van de maatregelen;
  • de hiërarchie van die maatregelen en de criteria waarmee rekening moet worden gehouden bij de keuze van de op te leggen maatregelen;
  • de maatregelen zelf;
  • de onderliggende beginselen van de maatregelen.

De gemeenschappen moeten die nieuwe bevoegdheden uitoefenen met inachtneming van de bevoegdheden die federaal blijven, namelijk:

  • de organisatie van de jeugdgerechten: de oprichting en samenstelling ervan;
  • de territoriale bevoegdheid van die rechtscolleges;
  • de procedure voor die rechtscolleges: de wijze waarop de procedure wordt ingeleid en de termijn.

De federale staat blijft ook bevoegd voor de voorlopige hechtenis en de uitvoering van de straffen opgelegd aan uit handen gegeven jongeren.
Deze rubriek beschrijft het systeem van jeugdbescherming zoals het momenteel bestaat volgens de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming.