Wanneer het parket beslist heeft de zaak bij de jeugdrechtbank aanhangig te maken, kan zij voorlopige maatregelen van bewaring, behoeding en/of opvoeding opleggen aan de jongere. De voorlopige fase duurt maximaal zes maanden. Als de jongere minstens 12 jaar oud is, moet de rechter hem horen. De jongere wordt bijgestaan door een advocaat.

De jeugdrechter kan de volgende beslissingen nemen:

  • de jongere vrijspreken
  • hem berispen
  • eerder opgelegde voorlopige maatregelen handhaven
  • nieuwe maatregelen opleggen

De rechter moet zijn beslissing motiveren. Daarbij houdt hij rekening met verschillende factoren:

  • de persoonlijkheid van de jongere
  • zijn leeftijd
  • zijn maturiteit
  • zijn familiale en sociale omgeving
  • het schoolbezoek
  • zijn veiligheid
  • de ernst van de feiten
  • de omstandigheden waarin zij gepleegd zijn
  • de schade en de gevolgen voor het slachtoffer
  • het gevaar dat de jongere al dan niet vormt voor de samenleving
  • zijn antecedenten