De jeugdrechter beschikt over een brede waaier aan maatregelen die hij ten aanzien van de minderjarige kan nemen. Hij moet het subsidiariteitsbeginsel in acht nemen, dat wil zeggen dat hij de voorkeur moet geven aan de maatregelen met de minste beperking op de vrijheid van de minderjarige.

De wet voorziet in een gradatie van maatregelen:

  • De voorkeur moet in de eerste plaats uitgaan naar een herstelrechtelijk aanbod.
  • Vervolgens moet de voorkeur gegeven worden aan de maatregelen die geen plaatsing impliceren.
  • Ten slotte verdient de plaatsing in een open afdeling de voorkeur boven de plaatsing in een gesloten afdeling.

Voor een kind dat op het tijdstip van de feiten jonger dan 12 jaar was, kan de jeugdrechtbank enkel drie maatregelen nemen:

  • berisping
  • sociale follow-up
  • intensieve educatieve begeleiding

Ten aanzien van een jongere van 12 jaar of ouder kiest de rechter in de eerste plaats voor het herstelrechtelijk aanbod. Dit omvat bemiddeling en herstelgericht groepsoverleg. Bij bemiddeling helpt de onpartijdige bemiddelaar de jongere, diens sociale omgeving en de slachtoffers om samen een oplossing te vinden voor het herstel van de schade.
Wanneer de partijen een akkoord bereiken, wordt een intentieverklaring opgesteld en voorgelegd aan de rechter, die ze officieel zal goedkeuren, behalve als zij in strijd is met de openbare orde. Daarna zal een sociale dienst controleren of de jongere zijn verbintenissen naleeft.

De jeugdrechter kan andere maatregelen nemen, bijvoorbeeld:

  • de jongere onder toezicht van een sociale dienst plaatsen
  • de jongere verplichten een prestatie van opvoedkundige aard en van algemeen nut met  een maximumduur van 150 uur te leveren
  • huisarrest opleggen
  • een ambulante therapeutische behandeling opleggen
  • in uitzonderlijke gevallen de plaatsing bevelen (pleeggezin, gemeenschapsinstelling, enz.)

Het behoud in het leefmilieu is soms onderworpen aan voorwaarden; een sociale dienst ziet toe op de naleving ervan.
Voorbeelden: naar school gaan, een prestatie van opvoedkundige aard en van algemeen nut leveren, niet omgaan met bepaalde personen of bepaalde plaatsen vermijden, het huisarrest in acht nemen.

De jeugdrechtbank kan de maatregelen indien nodig verlengen tot de leeftijd van 20 jaar.

De gemeenschappen zijn bevoegd  voor alles wat betrekking heeft op de uitvoering van de beschermingsmaatregelen genomen ten aanzien van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd.