U bent hier

Identifcatie van een niet-begeleide minderjarige vreemdeling

Minderjarigen zijn zelden in het bezit van identiteitsdocumenten. Zodra wij het meldingsformulier ontvangen hebben, verifiëren wij de verklaringen van de minderjarige over zijn leeftijd en de andere wettelijke voorwaarden.
Er gelden 4 voorwaarden om als niet-begeleide minderjarige vreemdeling te kunnen worden beschouwd:

Vaststelling van de leeftijd

Wanneer de Dienst Vreemdelingenzaken of de politiediensten twijfel hebben bij de leeftijd van de jongere, verrichten wij een medisch onderzoek om vast te stellen of de jongere wel degelijk jonger dan 18 jaar is.
Het medisch onderzoek omvat een drievoudige radiografie van gebit, sleutelbeen en pols.

Voorafgaandelijk aan het medisch onderzoek:

  • organiseren wij een gesprek met de jongere, indien nodig samen met een tolk.
  • analyseren wij de documenten die voorgelegd zijn door de jongere en vragen wij het advies van de bevoegde autoriteiten over de authenticiteit ervan.
  • verzamelen wij de adviezen van de maatschappelijk werkers, van de oriëntatie- en observatiecentra en van de voogden.
  • begeleiden wij de jongere naar de ziekenhuizen waar de medische onderzoeken verricht worden.

Na het medisch onderzoek:

  • ontvangen wij de onderzoeksresultaten.
  • nemen wij een identificatiebeslissing die stelt of de jongere al dan niet jonger dan 18 jaar is.
  • delen wij die beslissing mee aan de jongere, de Dienst Vreemdelingenzaken en aan de andere instanties die bevoegd zijn voor de jongere.
  • indien wij van oordeel zijn dat de jongere jonger dan 18 is, gaan wij onmiddellijk over tot het aanwijzen van een voogd.
  • indien wij van oordeel zijn dat de jongere ouder dan 18 jaar is, wijzen wij geen voogd aan en delen wij een beslissing tot beëindiging van zorg mee.
  • indien de jongere niet akkoord gaat met die laatste beslissing, kan hij ze betwisten bij de Raad van State.

Vaststelling van de band van ouderlijk gezag

 Wij moeten nagaan of de persoon die de minderjarige begeleidt  wel degelijk zijn wettelijke vertegenwoordiger is. Wel is het vaak moeilijk om daarvan het bewijs te leveren.
De afstamming of de beschermingsmaatregelen zoals adoptie, voogdij en kafala volgens het islamitische recht zijn in principe bekrachtigd door een (gelegaliseerde) akte van de burgerlijke stand of door een rechterlijke beslissing.
Bij twijfel over de authenticiteit van die documenten of indien zij ontbreken, kan het bewijs geleverd worden via een DNA-test.

Wij vragen de begeleiders van de minderjarige om ons de (gelegaliseerde) originele documenten met betrekking tot hun identiteit en burgerlijke stand voor te leggen:

  • de akte of het vonnis dat het bewijs levert voor de afstamming of de beschermingsmaatregel,
  • het identiteitsdocument van de jongere,
  • het identiteitsdocument van de begeleider.

De website van de FOD Buitenlandse Zaken geeft aan of de akte of het vonnis gelegaliseerd moet worden of van een apostille voorzien. In principe duurt het een maand om een document te legaliseren of van een apostille te voorzien.
Indien de jongere en de persoon die hem begeleidt de gevraagde documenten niet kunnen voorleggen, organiseren wij een identificatiegesprek met hen om de afstamming of de authenticiteit van de beschermingsmaatregel vast te stellen.

In de loop van het gesprek verzamelen wij inlichtingen over de gezinstoestand en de levensomstandigheden van de jongere, zijn band met de persoon die hem begeleidt en de authenticiteit van de voorgelegde documenten.
Wij delen vervolgens een schriftelijke beslissing over de afstamming of beschermingsmaatregel mee.
Indien de afstamming of de beschermingsmaatregel vastgesteld zijn, nemen wij een beslissing tot beëindiging van de zorg.
Indien de afstamming of de beschermingsmaatregel niet vastgesteld zijn, wijzen wij een voogd aan.

De Europese Economische Ruimte

Minderjarigen afkomstig uit de landen behorend tot de Europese Economische Ruimte (EER) zijn niet erkend als niet-begeleide minderjarige vreemdeling in de strikte zin.

De EER-landen zijn:

  • de lidstaten van de Europese Unie: België, Bulgarije, Cyprus (Griekse deel), Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Kroatië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Malta, Nederland, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slovakije, Slovenië, Spanje, Tsjechische Republiek, Verenigd Koninkrijk, Zweden
  • IJsland, Liechtenstein, Noorwegen

Sinds de wet van 12 mei 2014 kan de dienst Voogdij ook voor niet-begeleide Europese minderjarigen die zich in een situatie van kwetsbaarheid bevinden of een aanvraag voor een tijdelijke verblijfstitel omwille van mensenhandel- en/of smokkel hebben ingediend, een voogd aanstellen. Deze specifieke beschermingsmaatregel moet ertoe leiden dat snel een duurzame oplossing voor deze jongeren wordt gevonden, in het bijzonder de tenlasteneming door een dienst voor hulpverlening aan de jeugd, de toekenning van een verblijfsdocument of de vrijwillige hereniging van de minderjarige met zijn ouders.