Fiscale en sociale bepalingen

Elke voogd geeft jaarlijks de vergoedingen die hij als voogd heeft ontvangen bij de fiscus aan.

De vrijwillige voogd (die niet meer dan vijf voogdijen per jaar uitoefent) is niet onderworpen aan personenbelasting.

Indien de voogd instaat voor meer dan vijf voogdijen, is hij onderworpen aan het fiscaal stelsel van de zelfstandigen. De voogd in bijberoep kan zoveel verdienen als hij wil maar de inkomsten uit de twee activiteiten zullen gecumuleerd worden (met eventueel hogere belastingvoeten tot gevolg).

De forfaitaire vergoedingen, met betrekking tot ten hoogste vijf uitgeoefende voogdijopdrachten die zijn verkregen door voogden, zijn vrijgesteld.

Dat betekent dat zodra een voogd, tijdens een belastbaar tijdperk, bijvoorbeeld zes (of zeven) voogdijopdrachten heeft uitgeoefend, enkel de vergoedingen betreffende de zesde (en de zevende) voogdijopdracht zullen worden onderworpen aan het gewone belastingstelsel dat op deze inkomsten betrekking heeft.

Zelfstandigen zijn onderworpen aan het sociaal statuut van de zelfstandigen.

De formaliteiten die men moet vervullen om een zelfstandig bijberoep te mogen uitoefenen, zijn dezelfde als die voor een zelfstandige in hoofdberoep. Die zijn onder meer:

  • uiterlijk op de dag dat u uw zelfstandige activiteit start, moet u aangesloten zijn bij een sociaal verzekeringsfonds voor zelfstandigen naar keuze;
  • u betaalt de voorziene bijdragen die worden berekend op uw inkomsten van drie jaar geleden. Starters genieten een aangepaste regeling met wettelijke vastgelegde minimumbedragen en zelfstandigen in bijberoep met een beperkt inkomen betalen eveneens minder bijdragen;
  • aansluiten bij een mutualiteit;
  • boekhoudkundige verplichtingen, zelfs voor een activiteit in bijberoep.

Indien de voogd zelfstandige in bijberoep is, blijft hij de sociale voordelen genieten van het stelsel waaraan hij onderworpen is door zijn hoofdactiviteit (werknemer, ambtenaar, gepensioneerde).

Werklozen, rechthebbende van een ziekte-uitkering en gepensioneerden kunnen allen op vrijwillige wijze voogdijen uitoefenen. Oefenen zij niet meer dan twee voogdijen per jaar uit, genieten zij van de fiscale vrijstelling, behouden zij het volledige vervangingsinkomen en zijn geen administratieve formaiteiten te vervullen.

Van zodra meer voogdijen worden uitgeoefend en het inkomensplafond overschreden, moet men de de gevolgen ondergaan van een cumulatieregeling. Deze verschillen naargelang het statuut. Zo vallen gepensioneerden in de speciale bijdragecategorie (men spreekt niet meer van een bijberoep) en mogen tot een bepaald bedrag bijverdienen met behoud van pensioen. Wie werkloos valt kan onder bepaalde voorwaarden zijn bijberoep blijven uitoefenen zonder verlies van de werkloosheiduitkering (eventueel wel verminderd). Indien iemand zijn brugpensioen opneemt in de loop van zijn opdracht als voogd, kan hij de aangegane voogdijen voortzetten. Wanneer een voogdij een einde neemt,  kan zij door een nieuwe worden vervangen. De voogd kan de vergoedingen cumuleren met de pensioensuitkeringen voor zover die vergoedingen 3.438,24 euro niet te boven gaan (hetzij 6 voogdijen). Tijdens de periode van werkloosheid of brugpensioen kan men niet voor het eerst starten met een activiteit in bijberoep zonder verlies van zijn rechten.
Naast het inkomenscriterium zijn er dus nog andere voorwaarden om te kunnen cumuleren zodat het belangrijk is zich vooraf te informeren bij het RSVZ, de RVA, de RVP en/of het sociaal verzekeringsfonds.