De opdracht van de bewindvoerder wordt bepaald door de vrederechter.

De vrederechter kan beslissen om de bewindvoerder aan te stellen ofwel voor de persoon, ofwel voor de goederen, ofwel voor beiden.

De vrederechter zal ook van een aantal handelingen verplicht moeten aangeven of de beschermde persoon hiervoor bekwaam of onbekwaam is, bv. de keuze van zijn verblijfplaats (persoon) of het schenken onder de levenden (goederen).

Daarnaast zal de vrederechter aangeven of het enkel gaat om een bijstandsopdracht, of om een opdracht van vertegenwoordiging.