De bewindvoerder moet verslag uitbrengen bij:

  • de vrederechter;
  • de beschermde persoon als zijn toestand dat toelaat;
  • de andere bewindvoerder;
  • de vertrouwenspersoon.

De vrederechter kan vragen om andere betrokkenen zoals familieleden of de maatschappelijk werker op de hoogte te houden.

De verslagverplichting voor de bewindvoerder verschilt naar gelang van het soort opdracht.

Bewindvoerder met vertegenwoordigingsopdracht

Aanvangsverslag: Dit verslag schetst de vermogenstoestand en de inkomsten van de beschermde persoon. Het wordt neergelegd binnen de maand na de aanvaarding van de opdracht.

Periodiek verslag: De vrederechter kan bepalen hoe vaak de bewindvoerder verslag moet uitbrengen (jaarlijks of niet). De bewindvoerder informeert daarin over het beheer van de goederen, de data van de ontmoetingen met de beschermde persoon en de vertrouwenspersoon, en de leefsituatie van de beschermde persoon.

Eindverslag: Als het bewind voor een beperkte tijd wordt opgelegd of als de opdracht van de bewindvoerder beëindigd wordt, moet een eindverslag worden neergelegd. Dat verslag bevat de reden van de stopzetting, de vermogenstoestand en de levensomstandigheden van de beschermde persoon. Het moet worden neergelegd binnen de maand na de beëindiging van de opdracht

Ga naar de modeldocumenten.

Bewindvoerder met bijstandsopdracht

Het aanvangsverslag moet niet worden neergelegd. Behalve dit gelden dezelfde verslagverplichtingen als bij de bewindvoerder met vertegenwoordigingsopdracht. Het verslag is in dat geval beperkt tot de handelingen waarvoor bijstand werd verleend.

Ga naar de modeldocumenten.

Ouders-bewindvoerders

Voor ouders-bewindvoerders bepaalt de vrederechter tijdens de eerste zitting of en wanneer de ouders verslag moeten uitbrengen.

Ga naar de modeldocumenten.