Het genaderecht is een voorrecht dat krachtens artikel 110 van de Grondwet voorbehouden is aan de Koning. De Koning heeft het recht om de uitvoering van een (gedeelte van de) straf kwijt te schelden, zoals gevangenisstraf, geldboete, verbeurdverklaring of vervallenverklaring van het recht tot sturen. Hij kan de straf ook verminderen of omzetten of hij kan een proeftermijn toestaan.

Sommige gevolgen van een veroordeling kunnen niet het voorwerp uitmaken van een genademaatregel, zoals bijvoorbeeld gerechtskosten en bijdragen aan bijzondere fondsen.

Ieder genadeverzoek wordt individueel behandeld. De dienst Genade onderzoekt vooreerst de ontvankelijkheid van het verzoek. Voor de ontvankelijke verzoeken, wint de dienst het advies in van de verschillende betrokken overheden. Daarna wordt het dossier met een advies door de dienst voorgelegd aan de minister van Justitie en vervolgens aan de Koning.

Procedure

U kunt uw genadeverzoek richten :

  • per brief aan het Koninklijk Paleis
  • rechtstreeks aan de dienst Genade, per brief of per e-mail.

In dit verzoek dient u duidelijk te preciseren welke motieven u inroept om van een genademaatregel te kunnen genieten.

U kunt per e-mail ook vragen stellen aan de dienst Genade.