Het genaderecht is een voorrecht dat volgens artikel 110 van de Grondwet voorbehouden is aan de Koning.

De Koning heeft het recht om de uitvoering van een straf geheel of gedeeltelijk kwijt te schelden. Daarbij gaat het over een gevangenisstraf, een geldboete, een verbeurdverklaring of een vervallenverklaring van het recht tot sturen. Hij kan de straf ook omzetten of hij kan een proeftermijn toestaan.

Procedure

Richt uw genadeverzoek rechtstreeks aan de dienst Genade.

► Dat kan per brief of via onderstaand formulier.

In uw verzoek vermeldt u de argumenten die u inroept om genade te verkrijgen.

Waarvoor kunt u geen genade vragen

  • De gerechtskosten en bijdragen aan bijzondere fondsen.
  • De verplichting om een herstelexamen af te leggen, samen met een rijverbod uitgesproken.
  • Het rijverbod wegens lichamelijke ongeschiktheid.
  • De beslissing om iemand te interneren.
  • De straffen die nog niet definitief zijn omdat er nog rechtsmiddelen (verzet, beroep, cassatie) voorhanden zijn.

Onderzoek van de genadeverzoeken

Elk genadeverzoek wordt individueel behandeld. De dienst Genade onderzoekt eerst de ontvankelijkheid van het verzoek.

Voor de ontvankelijke verzoeken wint de dienst het advies in van de verschillende betrokken overheden. Daarna wordt het dossier en het advies door de dienst voorgelegd aan de minister van Justitie en vervolgens aan de Koning.

Deze procedure kan enkele maanden duren. Een genadeverzoek schorst niet automatisch de uitvoering van de straf. Genademaatregelen worden slechts in bijzondere omstandigheden toegekend.

Een eventuele genademaatregel wist de vermelding van een veroordeling in het strafregister niet uit. Zie daarvoor de rubriek Uitwissing en hersel in eer en rechten.

Dien een genadeverzoek in