Op 1 januari 2012 trad de wet van 26 april 2007 in werking die de terbeschikkingstelling van de Regering vervangt door de terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank.

Deze wet voorziet dat de terbeschikkingstelling een bijkomende straf is die, in de door de wet bepaalde gevallen, door de strafrechter kan, of soms zelfs moet, worden opgelegd. Deze bijkomende straf beoogt de bescherming van de maatschappij tegen personen die bepaalde ernstige strafbare feiten plegen die de integriteit van personen aantasten. De terbeschikkingstelling komt erop neer dat de veroordeelde, nadat zijn hoofdvrijheidsstraf is afgelopen, onder toezicht komt te staan van de strafuitvoeringsrechtbank, en dit voor een duur die kan gaan van vijf jaar tot vijftien jaar. De strafuitvoeringsrechtbank beslist de terbeschikkingstelling uit te voeren hetzij onder de vorm van een vrijheidsbeneming, hetzij via een invrijheidstelling onder toezicht.