Dit betekent dat de rechter oordeelt dat de feiten die u ten laste worden gelegd, bewezen zijn, maar dat hij zijn uitspraak van veroordeling voor een bepaalde termijn opschort. Deze termijn, ook wel proeftermijn genoemd, kan afhankelijk van de feiten lopen van 1 tot 5 jaar.

De rechter kan enkel een opschorting uitspreken als:

  • u nog niet eerder veroordeeld bent tot een criminele straf of tot een hoofdgevangenisstraf van meer dan 6 maanden en
  • de feiten niet van die aard lijken dat zij meer dan 5 jaar correctionele gevangenisstraf  of een zwaardere straf vereisen en;
  • u instemt met de uitspraak tot opschorting.

Als u tijdens de proeftermijn nieuwe strafbare feiten pleegt waarvoor u wordt veroordeeld, kan de opschorting worden herroepen (dit wil zeggen dat de rechter ook een straf zal uitspreken voor het eerste misdrijf).