Corruptie is een probleem dat in alle landen voorkomt, daardoor is de bestrijding ervan het onderwerp van verschillende internationale instrumenten.  Er zijn ook verschillende werkgroepen opgericht die erop toekijken dat er correcte wetgeving wordt geschreven en dat ze ook goed wordt uitgevoerd.
Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste wetgevende instrumenten op verschillende niveaus.

Raad van Europa

  • Verdrag inzake de strafrechtelijke bestrijding van corruptie van 27 januari 1999 (ETS nr. 173) (in werking getreden in 2002), bekrachtigd door België in 2004;
  • Burgerlijk Verdrag inzake corruptie van 4 november 1999 (ETS nr. 174) (in werking getreden in 2003), bekrachtigd door België in 2007;
  • Aanvullend protocol bij het Verdrag inzake de strafrechtelijke bestrijding van corruptie van 15 mei 2003 (ETS nr. 191) (in werking getreden in 2005), bekrachtigd door België op 26 februari 2009 
  • Aanbeveling R(2000)10 van het Comité van Ministers aan de lidstaten over de gedragscodes voor ambtenaren;
  • Aanbeveling R(2003)4 van het Comité van Ministers aan de lidstaten over de gemeenschappelijke regels tegen corruptie bij de financiering van de politieke partijen en van de kiescampagnes; 
  • Resolutie (97)24 inzake 20 richtsnoeren voor de bestrijding van corruptie.
    U kunt deze instrumenten online raadplegen.

OESO

  • Aanbeveling van 23 mei 1997 van de Raad betreffende de bestrijding van corruptie in internationale zakelijke transacties;
  • Verdrag van 17 december 1997 (in werking getreden in 1999) inzake de bestrijding van corruptie van buitenlandse ambtenaren in internationale handelstransacties, bekrachtigd door België in 1999.
    U kunt deze instrumenten online raadplegen.

Verenigde Naties

Verdrag ter bestrijding van corruptie, gedaan te New York op 31 oktober 2003, dat in december 2005 in werking is getreden en door België is bekrachtigd op 25 september 2008.