Algemeen

De Raad van Europa bestrijdt sinds het begin van de jaren negentig corruptie. Tot de belangrijkste verwezenlijkingen van de Raad van Europa behoren de uitwerking van het Verdrag inzake de strafrechtelijke bestrijding van corruptie en het civielrechtelijk Verdrag inzake de bestrijding van corruptie, die België  heeft bekrachtigd.  Ze stonden ook in voor de Aanbeveling inzake gedragscodes voor overheidsambtenaren.

De oprichting van de Groep van Staten tegen Corruptie (GRECO) kadert in deze strijd. Dit orgaan, opgericht in 1999, telde aanvankelijk 14 staten, waaronder België. Momenteel verenigt deze 49 lidstaten (waarvan 48 lidstaten van de Raad van Europa uit West-, Centraal- en Oost-Europa en daarnaast de Verenigde Staten). De GRECO heeft tot doel de mogelijkheden van zijn lidstaten in de strijd tegen corruptie te verbeteren, door toe te zien op de uitvoering van de verbintenissen die zij op internationaal vlak zijn aangegaan. Daarvoor heeft ze een soepel en doeltreffend follow-up mechanisme uitgebouwd.

De bedoeling is om de tekortkomingen in de nationale instrumenten ter bestrijding van corruptie op te sporen en aanbevelingen te geven hoe de wetgeving, de instituten en de praktijk kunnen worden hervormd zodat corruptie beter kan worden voorkomen en bestreden. Alleen de staten die ten volle deelnemen aan het wederzijdse evaluatieproces en instemmen met evaluaties komen in aanmerking voor lidmaatschap van de GRECO. Ons land is vertegenwoordigd in de GRECO door een ambtenaar van de federale overheidsdienst Justitie. De GRECO komt vier maal per jaar samen in Straatsburg, de zetel van de Raad van Europa.

Er zijn al drie evaluatiecycli voltooid, een vierde is in januari 2012 opgestart. Het multidisciplinair team dat met de evaluatie is belast, beschikt over informatie geleverd door het land op basis van een standaardvragenlijst en het team bezoekt een aantal nationale autoriteiten en instellingen. Binnen zes maanden na het bezoek wordt het ontwerpverslag van het evaluatieteam vervolgens door de plenaire vergadering behandeld. Daarna beschikt het land over achttien maanden om aanbevelingen die het heeft ontvangen om te zetten. Dan wordt een evaluatie opgemaakt van het gevolg dat aan deze aanbevelingen is gegeven. In geval van gedeeltelijke overeenstemming of van niet-overeenstemming moet het land na een nieuwe termijn van achttien maanden aan de plenaire vergadering de ondernomen handelingen voorstellen.

In geval van ernstige tekortkomingen kan de plenaire vergadering beslissen om tegen een land een procedure wegens niet-overeenstemming te starten. In dat geval moet het land in kwestie op regelmatige basis een interimair rapport voorleggen waarin verslag wordt uitgebracht over de vooruitgang in de uitvoering van de maatregelen. Deze procedure was eerder uitzonderlijk in het verleden, maar werd vanaf de derde evaluatiecyclus meer toegepast. Ook België bevindt zich momenteel in niet-overeenstemming met de aanbevelingen van de derde evaluatiecyclus.

Voor meer informatie over de werking van de GRECO kan u terecht op hun website.

Evaluaties van België 

In 2000 vond tijdens de eerste evaluatiecyclus in de lidstaten een evaluatie plaats van de autonomie en bevoegdheden van de instellingen die belast zijn met het voorkomen, onderzoeken en vervolgen van corruptie, alsook van de specialisatie, opleiding en middelen van de politionele en justitiële instellingen, en van het stelsel van immuniteiten ten aanzien van onderzoeken en vervolgingen. In 2003 had de GRECO vastgesteld dat België alle ontvangen aanbevelingen op toereikende wijze ten uitvoer had gelegd.

De tweede evaluatiecyclus in 2004 had betrekking op de inbeslagname en verbeurdverklaring van instrumenten en opbrengsten van corruptie, het witwassen van deze opbrengsten, het voorkomen van corruptie in overheidsinstellingen, en rechtspersonen en corruptie. De evaluatie werd voor België beperkt tot de federale staat en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. In mei 2007 oordeelde de GRECO dat er onvoldoende inspanningen waren geleverd. België ontsnapte weliswaar aan de procedure wegens niet-overeenstemming, maar werd toch verzocht om het tempo van de aanbevolen hervormingen op te schroeven.

In mei 2009, heeft de GRECO dan voor een tweede keer onderzocht welke gevolg de Belgische autoriteiten hebben gegeven aan niet of slechts gedeeltelijk gevolgde aanbevelingen. Deze aanbevelingen handelen essentieel over de preventie van corruptie in de publieke administraties. Bij deze evaluatie werd België aangemoedigd om de federale initiatieven van de vorige legislatuur tot een goed einde te brengen. België werd bovendien ertoe aangezet om de dialoog tussen het federale niveau en de Gemeenschappen en de Gewesten over de uitvoering van de maatregelen ter bestrijding van corruptie op elk niveau voort te ontwikkelen.

De derde evaluatiecyclus werd opgestart in 2007. Op 15 mei 2009 heeft de GRECO twee rapporten over België aangenomen.

Het eerste rapport gaat over de strafbaarstellingen van corruptie en hun toepassing. De GRECO kwam tot de conclusie dat het Belgische recht op dit vlak ruimschoots in overeenstemming is met de internationale instrumenten van de Raad van Europa.

Het tweede rapport heeft betrekking op de transparantie van de financiering van politieke partijen en de controle op verkiezingsuitgaven. Het federale parlement, het parlement van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en het Vlaams Parlement namen deel aan de evaluatieoefening.  Het rapport biedt  een waardevolle basis om de reflectieopdracht die de federale parlementaire controlecommissie van de verkiezingsuitgaven en de boekhouding van politieke partijen heeft toevertrouwd aan de werkgroep “politieke partijen” tot een goed einde te brengen.

In mei 2011 heeft GRECO een opvolgingsrapport gepubliceerd waarin het tot de conclusie kwam dat België onvoldoende maatregelen genomen heeft om tegemoet te komen aan de verschillende aanbevelingen. Voor België werd toen de procedure van niet-overeenstemming opgestart.

Deze procedure resulteerde in twee ‘interim’ opvolgingsrapporten, aangenomen door GRECO in mei 2012 en oktober 2013. Een derde ‘interim’ opvolgingsrapport is voorzien voor maart 2014.
Intussen is de wetgeving op de partijfinanciering grondig hervormd als gevolg van de aanbevelingen van GRECO. België hoopt dan ook om in maart 2014 voldoende argumenten te kunnen aandragen om de procedure van niet-overeenstemming stop te zetten.

In januari 2012 werd een vierde evaluatiecyclus opgestart die betrekking heeft op de preventie van corruptie van parlementairen, rechters en magistraten. Een aantal thema’s die aangeboord worden zijn: ethische principes en deontologische gedragsregels, belangenconflicten, vermogensaangiftes, cumulverboden, en de controle op al deze regels. België werd geëvalueerd door GRECO in maart 2014.

Volledige verslagen

De rapporten zijn beschikbaar in het Frans en in het Engels. Zij zijn te vinden op de website van de GRECO.

3e cyclus:

4e cyclus: