Het misdrijf bestaat, wat ook de aard of de waarde van het voordeel mag zijn. Het gaat zowel over materiële voordelen (waarvoor er geen minimumdrempel is voorzien) als immateriële voordelen, bijv. de voordelen die verband houden met een voorkeursbehandeling (het bekomen van of de steun voor het bekomen van een bepaalde functie of een ander voordeel) of symbolische voordelen (eretitels, onderscheidingen, toegang tot een geprivilegieerd netwerk van relaties…).

Het bestaan van het misdrijf corruptie is dus niet ondergeschikt aan een materiële verrijking.

De eenzijdige handeling van het aanbieden of het geven van een voordeel enerzijds of van het te vragen of van het te ontvangen anderzijds volstaat dus om vervolging in te stellen. De overeenkomst tussen beide partijen vormt een verzwarende omstandigheid van het misdrijf.