Verbodsprincipe

verbodenZijn verboden: gebruik, bezit, verkoop, telen, enz. van de stoffen die door de wet zijn omschreven.

Er geldt  een totaal verbod op drugsbezit, zowel voor meerderjarigen als voor minderjarigen. Illegale drugs worden in geen enkele omstandigheid geduld in het geval van minderjarigen. Voorts wordt druggebruik, zelfs recreatief, door meerderjarigen in aanwezigheid van minderjarigen steeds ten strengste vervolgd.

België hanteert een zogenaamd geïntegreerd beleid ten aanzien van de problematische druggebruiker: diegene bij wie het druggebruik gepaard gaat met een mate van afhankelijkheid waardoor hij niet langer zijn gebruik onder controle heeft, en wat tot uiting komt in fysieke of psychische symptomen. Het beleid is in die zin geïntegreerd dat het samenwerking en coördinatie impliceert tussen de verschillende actoren die optreden op de verschillende bevoegdheidsniveaus (federaal, gemeenschaps-, gewestelijk, provinciaal en lokaal niveau). 

Zo beschikt de magistraat in elke fase van de strafrechtpleging (onderzoek, vervolging, straftoemeting en -uitvoering) over rechtsmiddelen om de problematische gebruikers naar een dienst voor hulpverlening aan drugverslaafden door te verwijzen.