De BV wordt dé basisvennootschap.

  • Eén aandeelhouder volstaat om een BV op te richten. Het doet er ook niet toe of het om een natuurlijke of een rechtspersoon (bv. een vennootschap) gaat.
  • Afschaffing van het begrip kapitaal en dus ook het verplicht minimumkapitaal (€ 18.550 ), maar:
  1. de oprichters moeten voorzien in een toereikend aanvangsvermogen voor de activiteit die de vennootschap wil uitbouwen;
  2. het financieel plan moet gedetailleerder worden uitgewerkt;
  3. winstuitkeringen of reserves kunnen enkel worden uitgekeerd na een balans- en liquiditeitstest. Zoniet riskeert men (strenge) bestuurdersaansprakelijkheid.
  • De BV wordt een flexibele vennootschapsvorm, verschillende modaliteiten zijn mogelijk:
    • alle categorieën effecten (uitgezonderd winstbewijzen) mogen worden uitgegeven;
    • de regel van ‘1 aandeel = 1 stem’ kan worden verlaten: aan elk soort aandeel kan statutair geen, één of meer stemmen worden toegekend;
    • het is niet langer verplicht om elk aandeel gelijke vermogens- en stemrechten te geven. De band tussen de waarde van de inbreng en de rechten verbonden aan de aandelen wordt losgelaten.
  • De overdraagbaarheid blijft in principe besloten, maar statutair is er maximale vrijheid (zelfs voor genoteerde bedrijven).
  • Uitkering, zelfs van de inbreng, is mogelijk.
  • Nieuw: ‘uittreding ten laste van het vermogen’ (transactie wanneer een aandeelhouder uit de BV stapt. Dit moet statutair voorzien zijn).

Balans- en liquiditeitstest

Er mag enkel winst of reserves worden uitgekeerd als het nettoactief niet negatief wordt én als de schulden over een periode van 12 maanden kunnen worden voldaan.

Het financieel plan bestaat minstens uit:

  • een overzicht van alle financieringsbronnen;
  • een openingsbalans;
  • een geprojecteerde balans- en resultatenrekening na 12 en 24 maanden;
  • een begroting van de verwachte inkomsten en uitgaven voor minstens twee jaar;
  • een beschrijving van de gehanteerde hypotheses bij het schatten van de verwachte omzet en rentabiliteit.