Principe

Cannabis telen of in bezit hebben blijft een misdrijf dat strafbaar is met een geldboete of een gevangenisstraf.

Aan cannabisgebruik wordt niettemin een 'lage vervolgingsprioriteit' gegeven onder de volgende voorwaarden:

  • de canabisbezitter is meerderjarig, dat wil zeggen ouder dan 18 jaar. Minderjarigen mogen noch in het bezit zijn van cannabis, noch cannabis gebruiken, ongeacht de hoeveelheid en de omstandigheden. In geval van misdrijf is de wet van 8 april 1965 op de jeugdbescherming van toepassing
  • de hoeveelheid cannabis in bezit is bestemd voor persoonlijk gebruik, dat wil zeggen dat zij maximaal drie gram bedraagt of één geteelde plant
  • het bezit gaat niet gepaard met verzwarende omstandigheden of verstoring van de openbare orde
    • de verzwarende omstandigheden  zijn vermeld onder artikel 2bis van de wet van 24 februari 1921
    • omstandigheden die een verstoring van de openbare orde inhouden:
      • het bezit van cannabis in een strafinrichting of in een instelling voor jeugdbescherming
      • het bezit van cannabis in een onderwijs- of gelijkaardige instelling of in de onmiddellijke omgeving ervan. Dat zijn de plaatsen waar de leerlingen zich verzamelen of elkaar ontmoeten (bijv. halte van het openbaar vervoer of park in de nabijheid van een school)
      • het ostentatief bezit van cannabis in een openbare plaats of een plaats die toegankelijk is voor het publiek (bijv. een ziekenhuis).

Bezit

Het bezit, door een meerderjarige, van cannabis  bestemd voor persoonlijk gebruik, zonder verzwarende omstandigheid noch verstoring van de openbare orde, geeft aanleiding tot het opstellen van een vereenvoudigd proces-verbaal door de politiediensten. Dat proces-verbaal wordt vervolgens verzonden naar de procureur des Konings, die kan beslissen om vervolging in te stellen mits hij zijn beslissing motiveert.

Straffen

  • een geldboete van 15 tot 25 euro voor een eerste misdrijf
  • een geldboete van 26 tot 50 euro in geval van herhaling in het jaar van de eerste veroordeling
  • een gevangenisstraf van acht dagen tot een maand en een geldboete van 50 tot 100 euro ingeval van nieuwe herhaling in het jaar van de tweede veroordeling

De geldboetes in euro kunnen vermenigvuldigd worden met coëfficiënt 5,5.