Programma

De technologische evoluties laten de ontwikkeling van specifieke vormen van criminaliteit toe zoals identiteitsdiefstal of computercriminaliteit, en ze vergemakkelijken het plegen van ‘traditionele misdrijven’ via de nieuwe media.

De opsporings- en vervolgingsautoriteiten worden zo geconfronteerd met nieuwe uitdagingen om met de bestaande middelen te vechten tegen deze criminaliteit in cyberspace. Zijn de bijzondere opsporingsmethoden zoals de infiltratie, het onderscheppen en opendoen van elektronische briefwisseling of het afluisteren van privé-communicatie, de zogenaamde telefoontap, echter wel aangepast aan die nieuwe technologische ontwikkelingen?

Welke zijn bijvoorbeeld de regels die van toepassing zijn op het onderscheppen van telecommunicatie wanneer deze via Skype gecodeerde gegevens betreft of hoe zit het met infiltratie op sociale netwerken? Kan de doorzoeking van een computer en het openen van een mailbox beschouwd worden als een huiszoeking? Wie zijn de bevoegde autoriteiten om onderzoek van een Facebook-profiel te bevelen? En nog, wat is de bewijswaarde van deze digitale bewijzen voor de rechtbanken?

Sprekers

  • Philippe Van Linthout, onderzoeksrechter te Mechelen, voorzitter van de Vereniging van onderzoeksrechters 
  • Vanessa Franssen, docent Universiteit van Luik, Instituut voor strafrecht, KU Leuven

Moderator

  • Alexander Hoefmans, jurist, FOD Justitie, directoraat generaal Wetgeving, Fundamentele rechten en Vrijheden, diensthoofd van de dienst Bescherming van gegevens en fundamentele rechten van de EU

De lezingen waren in het Nederlands.

 Klik hier voor de presentatie van Vanessa Franssen. (PDF, 1.31 MB)