Regularisatie van adoptieprocedures

De wet van 11 april 2012 met betrekking tot de regularisatie van adoptieprocedures die in het buitenland tot stand zijn gebracht door kandidaat-adoptanten met gewone verblijfplaats in België werd op 7 mei 2012 in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd en treedt in werking op 17 mei 2012.

Deze wet behandelt de erkenning van de adopties van kinderen met gewone verblijfplaats in het buitenland door adoptanten met gewone verblijfplaats in België die voorafgaand geen voorbereiding volgden georganiseerd door de bevoegde centrale autoriteit van de gemeenschap en geen geschiktheidvonnis verkregen overeenkomstig artikel 361-1 van het Burgerlijk Wetboek.

Krachtens artikel 365-6 van het Burgerlijk Wetboek kan de federale centrale autoriteit gevat worden door de adoptanten met een  verzoek tot regularisatie (DOC, 166 KB) van de adoptieprocedure waarbij de Belgische wetgeving niet gerespecteerd werd.

Wel moet worden onderstreept dat de wetgever in geen geval wenst terug te komen op de filosofie van de hervorming van 2003, noch opnieuw vrije adopties wenst toe te staan.

De nieuwe bepaling onderwerpt de regularisatie dus aan 5 strikt cumulatieve voorwaarden:

1° de adoptie mag niet tot stand zijn gekomen met het oog op het ontduiken van de wet;

2° het kind moet verwant zijn, tot de vierde graad, met de adoptant, zijn echtgenoot of de persoon met wie hij samenwoont, zelfs overleden of het kind moet het dagelijkse leven op duurzame wijze gedeeld hebben met de adoptant of adoptanten in een relatie zoals geldt voor ouders alvorens de adoptant enige stappen met het oog op de adoptie heeft ondernomen;

3° tenzij het gaat om het kind van de echtgenoot van de adoptant of de persoon met wie hij samenwoont, mag het kind geen andere duurzame oplossing van familiale opvang hebben dan de interlandelijke adoptie, rekening houdend met zijn hoger belang en de rechten die hem zijn toegekend op grond van het internationale recht;

4° de erkenningsvoorwaarden bedoeld in de artikelen 364-1 tot 365-5 kunnen in acht worden genomen;

5° de bevoegde centrale autoriteit van de gemeenschap geeft een met redenen omkleed advies in het licht van de artikelen 361-3 en 361-4 en de situatie van het kind.

Indien die vijf voorwaarden voldaan zijn, kan de federale centrale autoriteit de adoptanten toestemming geven om de door de voorbereiding te volgen en zich tot de jeugdrechtbank te wenden teneinde een geschiktheidvonnis te verkrijgen.

Zij kan zich vervolgens uitspreken over de erkenning van de vooraf bekomen buitenlandse adoptiebeslissing.

De wet van 11 april 2012 voorziet eveneens in overgangsbepalingen ten aanzien van adoptanten die de geschiktheidprocedure en omkadering reeds begonnen, en in voorkomend geval beëindigd hebben, voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet.

Omzetting

Als een vonnis waarbij de gewone adoptie wordt uitgesproken is overgeschreven in de registers van de burgerlijke stand, kunt u een verzoek tot omzetting indienen bij de jeugdrechtbank om de gewone adoptie om te zetten in een volle adoptie.

Deze omzetting is enkel mogelijk als alle voorwaarden voor de totstandkoming van een volle adoptie zijn vervuld, voornamelijk wat de toestemming van de biologische ouders betreft.

Herroeping

Een volle adoptie kan niet worden herroepen.

Een herroeping van een gewone adoptie kan uitsluitend om zeer gewichtige redenen op verzoek van het adoptiekind, de adoptieouder of de procureur des Konings.

Herziening

De herziening van een adoptievonnis is mogelijk wanneer er voldoende aanwijzigen zijn dat de adoptie tot stand is gekomen ten gevolge van ontvoering, verkoop of handel in kinderen.

De herziening kan worden gevorderd door het Openbaar Ministerie of door een persoon die tot de derde graad deel uitmaakt van de biologische familie van het kind.

Beroep tegen een niet-erkenning van de federale centrale autoriteit

Als de federale centrale autoriteit weigert om een buitenlandse adoptiebeslissing te erkennen, kunt u binnen een termijn van 60 dagen beroep instellen bij de rechtbank van eerste aanleg te Brussel.

Iedere belanghebbende of het Openbaar Ministerie kan beroep instellen binnen een termijn van een jaar, vanaf de datum van de niet-erkenning.