Rechtsbijstand

7. Procedure
 
 

1. Recht op rechtsbijstand: een fundamenteel recht, maar wel beperkt

Volgens de Belgische Grondwet is het recht op rechtsbijstand een van de onderdelen van het recht een menswaardig leven te leiden (artikel 23, derde lid,  3° Grondwet).

Artikel 6 EVRM waarborgt eveneens dit recht, zowel in strafzaken als in burgerlijke zaken (EHRM 30 juli 1998 , Aerts/België, Jurispr. 1998-V, FASC. 83).

De wetgever behandelt dit onderwerp  in de artikelen 664 en volgende Gerechtelijk Wetboek en in het Wetboek Registratierechten.

Iedereen die onvermogend is of niet voldoende inkomsten heeft, moet rechtsbijstand kunnen krijgen.

Toegang tot het Hof van Cassatie is echter niet onbeperkt. Er zijn vooreerst strikt formele ontvankelijkheidvereisten die gelden voor alle procespartijen. Zo is, behalve in strafzaken en fiscale zaken, bijstand van een advocaat bij het Hof van Cassatie verplicht. Die advocaten oordelen of cassatieberoep een redelijke kans tot slagen heeft. Zij oefenen in zekere zin een filterfunctie uit.

2. Opdracht van het Hof van Cassatie

Het Hof van Cassatie oordeelt over de wettelijkheid van de rechterlijke beslissingen. Het spreekt zich niet uit over feiten.

Een cassatieberoep is een bijzondere rechtspleging.

Het Hof van Cassatie gaat enkel na of een “in laatste aanleg gewezen” vonnis of arrest (dit is na het instellen van de gewone rechtsmiddelen van hoger beroep en verzet), de wet schendt of een rechtsregel miskent. Zo ja, dan vernietigt het Hof van Cassatie de bestreden beslissing en verwijst het de zaak naar een ander rechtscollege. Dit moet dan opnieuw over de grond van de zaak oordelen.

Het Hof van Cassatie zorgt aldus voor de eenheid van de rechtspraak en voor de evolutie van het recht

3. Bureau voor rechtsbijstand

Het bureau voor rechtsbijstand is samengesteld uit een raadsheer die het bureau voor rechtsbijstand voorzit, een advocaat-generaal en een griffier.

Het bureau voor rechtsbijstand beslist over het al dan niet verlenen van rechtsbijstand.  In bepaalde gevallen zal het bureau voor rechtsbijstand eerst het advoes vragen  van een advocaat bij het Hof van Cassatie. Op vraag van de voorzitter wijst de stafhouder van de balie van het Hof van Cassatie een advocaat aan.

Artikel 682 Gerechtelijk Wetboek regelt de rechtspleging voor het bureau voor rechtsbijstand.

De beslissingen van het bureau voor rechtsbijstand zijn niet vatbaar voor enig rechtsmiddel.

Bij gewijzigde omstandigheden kan de betrokkene wel een nieuwe aanvraag indienen.

4. Omvang van de rechtsbijstand

Rechtsbijstand bestaat erin degenen die niet over de nodige inkomsten beschikken om de kosten van rechtspleging te betalen, geheel of ten dele vrijstelling te geven van diverse kosten, zoals registratie-, griffie- en uitgifterechten en andere kosten die een rechtspleging medebrengt. Rechtsbijstand laat de betrokkene onder bepaalde voorwaarden ook toe kosteloos beroep te doen op de tussenkomst van openbare en ministeriële ambtenaren. Rechtsbijstand geeft de betrokkene tevens de mogelijkheid kosteloos bijstand te genieten van een technisch adviseur bij gerechtelijke deskundigenonderzoeken (artikel 664 Gerechtelijk Wetboek).

Rechtsbijstand kan worden verleend voor:

1° alle gerechtskosten verbonden aan het cassatieberoep, onder meer voor het rolrecht;

2° de verplichte tussenkomst van een gerechtsdeurwaarder;

3° de verplichte bijstand van een advocaat bij het Hof van Cassatie. Dit echter enkel wanneer die bijstand wettelijk verplicht is.

Indien het bureau voor rechtsbijstand het verzoek inwilligt, wijst het een advocaat bij het Hof van Cassatie aan om bijstand te verlenen. Meestal is dat de advocaat die het advies heeft verleend.

5. Wie kan rechtsbijstand vragen?

Iedere Belg wiens aanspraak rechtmatig lijkt en wiens inkomsten ontoereikend zijn (artikel 667 Gerechtelijk Wetboek).

Artikel 668 Gerechtelijk Wetboek regelt de rechtsbijstand voor niet-Belgen. Dit artikel bepaalt:

Rechtsbijstand kan onder dezelfde voorwaarden worden verleend aan:

a) vreemdelingen, overeenkomstig de internationale verdragen;

b) onderdanen van een Lidstaat van de Raad van Europa;

c) enig ander vreemdeling die op regelmatige wijze in België zijn gewone verblijfplaats heeft of die op regelmatige wijze verblijft in één van de Lidstaten van de Europese Unie;

d) alle vreemdelingen, in de procedures waarin is voorzien bij de wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.

 Rechtspersonen - met inbegrip van verenigingen zonder winstoogmerk en gefailleerde vennootschappen – kunnen ook rechtsbijstand krijgen.

6. Voorwaarden voor het krijgen van rechtsbijstand

6.1. Onvermogen

De betrokkene moet “onvermogend” zijn. Dit houdt in dat hij niet in staat is een cassatieprocedure te betalen.

6.1.1. Criteria

De wet bepaalt niet de criteria van onvermogen. Er zijn wel enkele aanwijzingen.

Artikel 667, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek, bepaalt dat de beslissing van het bureau voor juridische bijstand die de gedeeltelijke of volledige kosteloze juridische tweedelijnsbijstand verleent, geldt als ontoereikende inkomsten.

Alle inkomsten, zoals beroepsinkomsten, inkomsten uit roerende en onroerende goederen, zijn criteria voor het bepalen van het onvermogen.

In het algemeen gelden volgende criteria:

  • voor een alleenstaande: een maandelijkse inkomen van minder dan 1200 euro; vanaf 1 september 2016 wordt deze drempel gebracht op 1350 euro;
  • voor elke persoon ten laste: 125 tot 200 euro, afhankelijk van de leeftijd en de gezondheids­toestand;
  • voor samenwonenden geldt de samengevoegde inkomsten;
  • gezinsbijslag is geen inkomst.

In bijzondere gevallen, zoals een zware schuldenlast, hanteert het bureau voor rechtsbijstand andere criteria.

De betrokkene moet bijzondere aandacht besteden aan artikel 699, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek dat bepaalt:

“Hij die door bewust onjuiste verklaringen of door andere bedrieglijke middelen rechtsbijstand verkrijgt of tracht te verkrijgen zonder recht erop te hebben, wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar en met geldboete van 100 [euro] tot 5.000 [euro], of met een van die straffen alleen.

6.1.2. Gedeeltelijke rechtsbijstand

Indien de betrokkene wel inkomsten heeft, maar niet voldoende om alle kosten te betalen, kan het bureau voor rechtsbijstand voor een deel rechtsbijstand toestaan.

Rechtsbijstand kan ook gedeeltelijk zijn. In dat geval zal de betrokkene een bepaalde som moeten betalen aan de ontvanger der registratie. Die som is afhaneklijk zijn inkomsten (artikel 669 Gerechtelijk Wetboek). In de praktijk betaalt betrokkenen dan meestal de kosten van de gerechtsdeurwaarder of fiscale rechten.

De advocaten bij het Hof van Cassatie verlenen wel altijd volledig gratis hun bijstand.

6.2. Redelijke kans op een gegrond cassatieberoep

De Staat draagt de lasten van de rechtsbijstand. Normaal zijn die lasten voor de partijen.

De wetgever vindt dat rechtsbijstand slechts gerechtvaardigd is indien cassatieberoep een redelijk kans op slagen heeft.  

Voor het bureau voor rechtsbijstand is dat dan ook een van de criteria om al dan niet rechtsbijstand te verlenen.

7. Procedure

7.1. Tijdstip voor het aanvragen van rechtsbijstand

De advocaat bij het Hof van Cassatie moet  voldoende tijd hebben om:

  • de zaak ernstig te onderzoeken en advies te geven;
  • eventueel bijkomende inlichtingen te vragen aan de betrokkenen of hun advocaat;
  • zijn advies over te leggen aan de bureau voor rechtsbijstand;
  • in voorkomend geval de nodige stukken op te maken voor het cassatieberoep.

De advocaat-generaal  en de voorzitter van het bureau voor rechtsbijstand moeten voldoende tijd hebben voor het verzoek te onderzoeken.

Het verzoek tot rechtsbijstand moet dus tijdig worden ingediend.

Ingevolge een beslissing van het Bureau voor rechtsbijstand, moet het verzoek om rechtsbijstand ten laatste dertig dagen vóór het verstrijken van de termijn bepaald voor het instellen van het cassatieberoep worden ingediend. Verzoeken die later worden ingediend, worden als niet ontvankelijk verworpen. Evenwel kan in uitzonderlijke omstandigheden die termijn worden ingekort.

Het is daarom aangewezen niet te wachten tot de betekening van de beslissing waartegen men cassatieberoep wenst in te stellen, vooraleer een verzoek om rechtsbijstand in te dienen.

7.2. Wijze voor het aanvragen van rechtsbijstand

7.2.1. Vorm

De aanvraag moet schriftelijk gebeuren.

De betrokkenen of zijn of haar advocaat moet de aanvraag ondertekenen.

De aanvraag moet in de procestaal zijn opgesteld. Als de procestaal Duits is, mag de betrokkene kiezen.

De aanvraag  moet worden neergelegd op of opgestuurd naar de griffie van het Hof van Cassatie.

De griffie van het Hof van Cassatie stelt  aanvraagformulieren (PDF, 16.51 KB) ter beschikking.

7.2.2. Inhoud

De betrokkene moet vermelden welke kritiek hij heeft op de te bestrijden beslissing.

Dit moet de advocaat bij het Hof van Cassatie de mogelijkheid geven zeer vlug te achterhalen of de betrokkene de volledige beslissing bekritiseert of slechts een bepaald deel ervan.

De advocaat bij het Hof van Cassatie zal wel alles onderzoeken. Het is echter noodzakelijk dat de betrokkene zijn eigen visie weergeeft. Dat voorkomt dat de advocaat bij het Hof van Cassatie beslissingen zou onderzoeken die de betrokkene niet wenst te bekritiseren.

Die precisering is niet vereist indien het verzoek tot rechtsbijstand het indienen van een antwoord­memorie beoogt.

7.2.3. Vereiste documenten

De betrokkene moet alle documenten overleggen die zijn onvermogen kunnen bewijzen. Zo onder meer de beslissing van het bureau voor juridische bijstand die de gedeeltelijke of volledige kosteloze juridische tweedelijnsbijstand verleent, attesten van de belastingadministratie, aanslagbiljetten, attesten van de gemeente over de samenstelling van het gezin, attesten van het OCMW, de procedurestukken van de te bestrijden beslissing, dvenals alle andere nuttige stukken die vermeld staan op het  aanvraagformulier (PDF, 16.51 KB) voor rechtsbijstand.

7.3. Onderzoek van de aanvraag

7.3.1. Voorafgaande onderzoek

Het bureau voor rechtsbijstand onderzoekt eerst of de aanvraag volledig is en de bijgevoegde stukken toelaten een oordeel te vormen.

Indien nodig, verzoekt het bureau voor rechtsbijstand de betrokkene of zijn advocaat :

  • de aanvraag te corrigeren of aan te vullen;
  • bijkomendde documenten over te leggen.

7.3.2 Behandeling zonder advies van een advocaat bij het Hof van Cassatie

7.3.2.1 Afwijzing

In vier gevallen wijst het bureau voor rechtsbijstand de aanvraag af zonder het advies te vragen van een advocaat bij het Hof van Cassatie.

  • De termijn voor het nog tijdig indienen van een cassatieberoep is te kort.
  • De  aanvraag is niet ontvankelijk omdat:
    • ze niet is opgesteld in de procestaal (uitzondering voor het Duits);
    • de betrokkene geen gevolg geeft aan de vragen van het bureau voor rechtsbijstand om zijn aanvraag aan te vullen of stukken over te leggen;
    • de aanvraag de aanstelling beoogt van een advocaat bij het Hof van Cassatie zonder dat diens bijstand wettelijk is vereist;
    • een vorige aanvraag is afgewezen en er geen nieuwe elementen worden aangevoerd.
  • Het onvermogen is niet bewezen
  • Het cassatieberoep kennelijk niet-ontvankelijk is of op een kennelijk onjuiste grond is gesteund, zoals:
    • de termijn om cassatieberoep  in te stellen is verstreken;
    • er tegen de beslissing geen cassatieberoep openstaat;
    • de aanvraag bekritiseert enkel beslissingen die vreemd zijn aan de te bestrijden beslissing of is dermate onduidelijk dat de beweerde onwettigheid niet kan worden achterhaald.
7.3.2.2. Beslissing

Wanneer de voorzitter van het bureau voor rechtsbijstand oordeelt dat de aanvraag onmiddellijk moet worden afgewezen, stelt hij in overleg met de advocaat-generaal de zaak vast op een rechtszitting van het bureau voor rechtsbijstand.

De griffier verwittigt de betrokkene, minstens 7 dagen voor de rechtszitting.

De rechtszitting heeft plaats in raadkamer. De advocaat-generaal geeft zijn advies. Het bureau voor rechtsbijstand hoort de betrokkene en eventueel zijn advocaat.

Over het algemeen beslist het bureau voor rechtsbijstand nog dezelfde dag.

De griffier stuurt een kopie van de beslissing aan de betrokkene en eventueel aan zijn advocaat.

7.3.3. Behandeling met advies van een advocaat bij het Hof van Cassatie

Wanneer de voorzitter van het bureau voor rechtsbijstand oordeelt de aanvraag niet onmiddellijk te moeten afwijzen, vraagt hij de stafhouder van de balie van de advocaten bij het Hof van Cassatie een advocaat bij het Hof van Cassatie aan te wijzen om een schriftelijk en gemotiveerd advies te geven over de slaagkansen van een cassatieberoep.

De aangewezen advocaat bij het Hof van Cassatie is niet de raadsman van de eiser. Hij is enkel een deskundige voor het adviseren van de voorzitter van het bureau voor rechtsbijstand. De advocaat bij het Hof van Cassatie stuurt zij advies dan ook rechtstreeks aan de voorzitter en een kopie aan de betrokkenen en eventueel aan zijn advocaat.

Indien de zaak niet dringend is, stelt de voorzitter van het bureau voor rechtsbijstand in overleg met de advocaat-generaal de zaak vast op een rechtszitting van het bureau voor rechtsbijstand.

De griffier verwittigt de betrokkene, minstens 7 dagen voor de rechtszitting.

Op de rechtszitting, in raadkamer, geeft de advocaat-generaal zijn advies. Het bureau voor rechtsbijstand hoort de betrokkene en eventueel zijn advocaat. In de regel beslist het bureau voor rechtsbijstand nog dezelfde dag.

Indien de zaak dringend is verwijst de voorzitter van het bureau voor rechtsbijstand de zaak naar de eerste voorzitter van het Hof. Die beslist bij bevelschrift, na advies van de procureur-generaal. De betrokkene wordt dan niet opgeroepen en niet gehoord.

De beslissingen van het bureau voor rechtsbijstand of van de eerste voorzitter zijn gemotiveerd, mede op grond van het advies van de advocaat bij het Hof van Cassatie.

De griffier stuurt in alle gevallen een kopie van de beslissing aan de betrokkene en eventueel aan zijn advocaat.

7.3.4. Speciale regels voor de verweerders in cassatie

De verweerder in cassatie kan het bureau vragen een advocaat bij het Hof en een gerechtsdeurwaarder aan te wijzen om op het cassatieverzoekschrift te antwoorden.

Die verweerder hoeft in zijn verzoekschrift niet te vermelden waarom hij het cassatieberoep of de cassatiemiddelen betwist. Hij moet alleen zijn staat van onvermogen aantonen en een origineel of een afschrift van het cassatieverzoekschrift en de betekening aan hem ervan overleggen.

Indien het onvermogen vaststaat wordt rechtstreeks een advocaat bij het Hof aangewezen om in voorkomend geval een memorie van antwoord op te maken. Geen enkel advies wordt gevraagd. Tevens wordt een gerechtsdeurwaarder aangewezen die de memorie van antwoord aan de eiser in cassatie zal betekenen.

Indien het onvermogen niet vaststaat en er nog voldoende tijd is voor het neerleggen van een memorie van antwoord, roept het bureau voor rechtsbijstand de verzoeker op om meer uitleg te geven over zijn onvermogen. Is de zaak dringend dan beslist de eerste voorzitter al dan niet rechtsbijstand te verlenen.

Press

Pers

press@just.fgov.be
  • Edward Landtsheere
    (NL)

  • Christine-Laura Kouassi
    (FR)